Over de vrijheid van kapitaalverkeer en rechtvaardigingsgronden: hoe ver reikt de EU in fiscalibus?
Bron:
Maandblad Belasting Beschouwingen (MBB) 2011/06
Auteur(s):
Barry Larking en Roel Monteiro
1-7-2011
In dit artikel zetten de auteurs uiteen wat de huidige stand van zaken is van de status van derdelanden ten opzichte van het communautaire recht. Aan de hand van de jurisprudentie gaan zij onder andere in op de verhouding tussen het vrij dienstenverkeer, de vrijheid van vestiging en de vrijheid van kapitaalverkeer, evenals op de werking van rechtvaardigingsgronden in derdelandsituaties.
De auteurs concluderen onder meer dat volgens de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (HvJ) het verstrekken van kredieten hoofdzakelijk het vrij dienstenverkeer aangaat en dat een mogelijke strijdigheid met het vrij kapitaalverkeer alleen kan voortvloeien uit een strijdigheid met het vrij dienstenverkeer. Voor de rangorde tussen de vrijheid van vestiging en het vrij kapitaalverkeer ligt de situatie een stuk genuanceerder. Tevens blijkt uit het artikel dat het toepassingsbereik van rechtvaardigingsgronden in situaties waarbij derdelanden zijn betrokken, wellicht ruimer is ten opzichte van situaties die zich alleen binnen de Europese Unie afspelen. De jurisprudentie van het HvJ is op dit punt echter nog niet eenduidig. Hiermee is allesbehalve het laatste woord gezegd over deze materie, die zich door haar politieke en verdragsrechtelijke invloeden en consequenties laat typeren als gevoelig.