Hoge Raad: aandeel appartementseigenaar in vermogen vereniging van eigenaren belast in box 3 

 

19-8-2010 

Op 13 augustus 2010 heeft de Hoge Raad beslist dat het aandeel van een appartementseigenaar in het vermogen van de vereniging van eigenaren (VvE) voor de inkomstenbelang thuishoort in box 3, en niet in box 1. In box 3 wordt 1,2% inkomstenbelasting geheven over de gemiddelde waarde van het aandeel in de VvE. In box 1 zou het aandeel verder onbelast blijven omdat het dan zou zijn gekoppeld aan de eigen woning.

De eigenaar van een appartement is van rechtswege ook lid van de VvE van het gebouw waarin het desbetreffende appartement ligt. De VvE behartigt de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaren en is als zodanig verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. Om dit te kunnen bekostigen, betalen de appartementseigenaren in de regel maandelijks een bijdrage aan de VvE. Vaak wordt ook al rekening gehouden met onderhoud dat in de (nabije) toekomst nodig zal zijn door daar alvast geld voor te reserveren. In geschil was of het aandeel van een appartementseigenaar in het vermogen van de VvE in box 1 hoort (belanghebbende) of in box 3 (inspecteur). Van de rechtbank en het gerechtshof kreeg de inspecteur gelijk.

In cassatie bij de Hoge Raad betoogde belanghebbende opnieuw dat het aandeel in de VvE in aanmerking moet worden genomen in box 1. De advocaat-generaal (A-G) concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie. Volgens hem komt geen zelfstandige betekenis toe aan het lidmaatschapsrecht van de VvE, zodat het moet worden gerekend tot de eigen woning in box 1. Daartoe voerde de A-G onder meer aan dat het lidmaatschapsrecht van de VvE van rechtswege opkomt aan de appartementseigenaar en niet separaat is te vervreemden.

Hoge Raad: aandeel in vermogen VvE in box 3
De Hoge Raad ging niet mee in de redenering van de A-G en oordeelde dat het aandeel in het eigen vermogen van de VvE toch thuishoort in box 3. Volgens de Hoge Raad zijn het lidmaatschap van een VvE en een appartementsrecht civielrechtelijk afzonderlijke rechtsfiguren. Daarom is een lidmaatschapsrecht in een VvE niet aan te merken als (een gedeelte van) een gebouw en dus ook niet als (element van) een eigen woning in box 1. De Hoge Raad sluit voor zijn oordeel verder nog aan bij de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), die voor de waardebepaling van onroerende zaken eveneens het aandeel in de VvE buiten toepassing laat.

Volgens de Hoge Raad is een lidmaatschapsrecht in een VvE aan te merken als een zogenoemd overig vermogensrecht met een waarde in het economisch verkeer dat moet worden aangegeven in box 3. De Hoge Raad geeft vervolgens ook aan dat voor het vaststellen van deze waarde alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen. Hiertoe behoort naar zijn oordeel ook de omstandigheid dat de betreffende VvE een eigen vermogen heeft gevormd uit bijdragen van haar leden. Over hoe die waarde in het economisch verkeer precies moet worden berekend, liet de Hoge Raad zich verder niet uit. Het Ministerie van Financiƫn is in ieder geval van mening dat het aandeel in de VvE moet worden gewaardeerd op de nominale waarde op de waardepeildatum voor box 3.