Aanpassingen 30%-regeling in concept algemene maatregel van bestuur 

 

7-11-2011 

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft op 3 november 2011 een concept-AMvB aan de Tweede Kamer gestuurd met de uitwerking van de aanpassingen in de 30%-regeling in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. De concept-AMvB was als bijlage gevoegd bij de schriftelijke beantwoording door de staatssecretaris van de vragen die de Kamerleden over het Belastingplan 2012 hebben gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 31 oktober 2011. In berichten van 8 en 21 september 2011 hebben we al eerder aandacht besteed aan de wijzigingen in de 30%-regeling.

De nieuwe regels zijn er voornamelijk op gericht om onbedoeld gebruik van de 30%-regeling tegen te gaan. Ingekomen werknemers die alleen met beperkte extraterritoriale kosten worden geconfronteerd, zouden niet langer in aanmerking moeten komen voor de 30%-regeling. Hierbij gaat het onder andere om terugkerende Nederlanders en grensarbeiders.

Hierna bespreken we de belangrijkste punten uit de concept-AMvB en de toelichting daarop van de staatssecretaris.

1.         Het specifiekedeskundigheidscriterium
Het hebben van specifieke deskundigheid is het belangrijkste criterium om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling. Of aan dit criterium wordt voldaan, zal na 1 januari 2012 worden getoetst op basis van een salarisnorm. Na verlaging in verband met de 30%-regeling moet het fiscaal jaarloon ten minste € 50.619 bedragen. Voor promovendi tot 30 jaar bedraagt deze loongrens € 26.605. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.  

2.         Schaarstecriterium
In aanvulling op het criterium van specifieke deskundigheid geldt ook het criterium van schaarste. De specifieke deskundigheid moet niet of nauwelijks aanwezig zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. De staatssecretaris heeft aangegeven dat een toetsing op schaarste alleen zal plaatsvinden in speciale gevallen. Een van de beroepsgroepen waarbij de schaarste aanvullend zal worden getoetst is die van profvoetballers. Daarover zijn afspraken gemaakt met de KNVB. 

3.         Grensarbeiders
Werknemers die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen worden geacht minder extraterritoriale kosten te maken. Het gaat hierbij om de hemelsbrede afstand tussen de woonplaats en de dichtstbijzijnde grens met Nederland. Ook in het tijdelijk buiten de 150-kilometergrens verhuizen voor de 30%-regeling is voorzien. Een werknemer moet gedurende twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de Nederlandse tewerkstelling woonachtig zijn buiten deze 150-kilometerzone.
Bij de toets of een werknemer 'van buiten Nederland in dienstbetrekking wordt genomen' wordt voor een promovendus de periode van promoveren buiten beschouwing gelaten. Zolang de promovendus voor aanvang van zijn promoveren buiten de 150-kilometergrens woonde, kan hij toch voor de 30%-regeling in aanmerking komen bij een aansluitende tewerkstelling in Nederland.
 

4.         Kortingsregeling
De referentieperiode voor de kortingsregeling in verband met eerder verblijf in Nederland is opgerekt naar 25 jaar. Hierbij wordt elke aaneengesloten periode van verblijf in Nederland afzonderlijk naar boven afgerond op hele maanden. Dit betekent dat een verblijf van twee weken in maart en twee weken in augustus een korting van twee maanden oplevert.
De kortingsregeling is ook van toepassing op de periode dat de werknemer voor een Nederlandse inhoudingsplichtige heeft gewerkt, maar niet of beperkt ook fysiek in Nederland aanwezig was. Dit is in het bijzonder van belang voor bestuurders van Nederlandse vennootschappen die niet of nauwelijks werkzaam zijn in Nederland.
Alleen nieuwe tewerkstellingen na 1 januari 2012 worden getoetst aan de nieuwe kortingsregeling.  

5.         Toetsing aan de voorwaarden
Op dit moment geldt de 30%-regeling ten minste voor een periode van 5 jaar als bij aanvang van de tewerkstelling wordt voldaan aan de voorwaarden. Vanaf 1 januari 2012 geldt dat gedurende de gehele looptijd moet worden voldaan aan de voorwaarden. Dit betekent dat de 30%-regeling direct vervalt op het moment dat niet meer wordt voldaan aan de salarisnorm. De op dit moment bestaande tussentijdse toetsing met ingang van het 6e jaar vervalt dus en wordt omgezet in een continue toetsing. 

6.         Wisseling van werkgever
Wanneer de werknemer tijdens de looptijd van de 30%-regeling wisselt van werkgever, kan de 30%-regeling bij de nieuwe werkgever worden voortgezet. In de huidige regeling is hiervoor de voorwaarde opgenomen dat de nieuwe tewerkstelling moet aanvangen binnen drie maanden na het einde van de vorige tewerkstelling. In het concept-Uitvoeringsbesluit is nu bepaald dat de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met de nieuwe inhoudingsplichtige doorslaggevend is. Dit betekent dat de werknemer die binnen drie maanden na het einde van de tewerkstelling een nieuw contract tekent maar pas na vier maanden begint met zijn nieuwe tewerkstelling, toch in aanmerking komt voor de voortzetting van de 30%-regeling. 

Het concept-Uitvoeringsbesluit en de toelichting van de staatssecretaris geven meer duidelijkheid op diverse punten. De gevolgen voor de praktijk zijn groot en zullen zeker nog praktische vragen oproepen. Voor het vestigingsklimaat is het belangrijk dat de 30%-regeling blijft bestaan. Het aantal 30%-regelingen zal door de aangekondigde wijzigingen afnemen en een positief effect hebben op de schatkist.

Zoals gezegd, is sprake van een concept van het nieuwe Uitvoeringsbesluit. De definitieve tekst zal naar verwachting in de laatste weken van december 2011 worden gepubliceerd.