Op 12 mei 2011 heeft advocaat-generaal Sharpston bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ) conclusie genomen in de zaak Scheuten Solar Technology. Het ging hierin om de vraag of het niet in aftrek toestaan van rente op een groepsinterne lening wel is toegestaan onder de Interest- en royaltyrichtlijn.
Feiten
De zaak Scheuten Solar Technology gaat over een situatie waarin sprake is van een bijtelling van rente op grond van Duitse regelgeving. De rente, betaald door een Duitse dochtermaatschappij aan haar Nederlandse moedermaatschappij, was voor toepassing van de vennootschapsbelasting (Körperschaftsteuer) aftrekbaar. Voor toepassing van de bedrijfsbelasting (Gewerbesteuer) werd de helft van de afgetrokken rente echter weer bij de grondslag geteld. Effectief leidt dit tot een aftrekbeperking.
Het Bundesfinanzhof (BFH) heeft in deze zaak een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend bij het HvJ. Een van de gestelde vragen houdt kort gezegd in of de Interest- en royaltyrichtlijn in de weg staat aan toepassing van een Duitse renteaftrekbeperking. In feite komt deze vraag erop neer of de Interest- en royaltyrichtlijn verplicht tot de aftrek van rente in het bronland?
De Interest- en royaltyrichtlijn beoogt dubbele heffing over interest en royalty's in bepaalde gelieerde verhoudingen te voorkomen. De richtlijn bepaalt dat onder bepaalde voorwaarden uitkeringen van interest en royalty’s die in een lidstaat ontstaan, worden vrijgesteld van alle belastingen in die bronstaat, ongeacht of deze worden geheven door inhouding dan wel door middel van een aanslag. Scheuten Solar betoogt dat dit mede betekent dat aftrekbeperkingen verboden zijn, omdat het niet toestaan van een aftrek leidt tot een verhoging van de belastbare winst en daarmee tot een verhoging van de te betalen belasting.
Conclusie advocaat-generaal
De advocaat-generaal is van oordeel dat de aftrekbeperking buiten het bereik valt van de Interest- en royaltyrichtlijn, onder andere omdat de betrokken heffing niet wordt opgeroepen door de betaling van interest maar door het totaalbedrag van de jaarwinst. De Nederlandse moedermaatschappij ontvangt het volle bedrag van de betaalde interest, zonder enige Duitse heffing daarover. Daarnaast bevat de richtlijn geen regels voor vaststelling van de winst, aftrekbeperkingen daaronder begrepen.
Ook de andere door Scheuten Solar aangevoerde argumenten worden door de advocaat-generaal verworpen.
Het komt er allemaal op neer dat zij van opvatting is dat de Interest- en royaltyrichtlijn alleen is bedoeld om juridisch dubbele heffing weg te nemen. Dat wil zeggen: te voorkomen dat hetzelfde inkomen tweemaal bij dezelfde persoon wordt belast, bijvoorbeeld eenmaal door middel van bronheffing in de bronstaat en nogmaals door heffing van winstbelasting in de woonstaat. De Interest- en royaltyrichtlijn beoogt volgens de advocaat-generaal vooral niet het wegnemen van economisch dubbele heffing, dat wil zeggen: het tweemaal heffen over hetzelfde inkomensbestanddeel bij twee verschillende personen, bijvoorbeeld eenmaal als winst bij een vennootschap en nogmaals als winst bij de aandeelhouder. Wat Scheuten Solar beoogt, is het wegnemen van economisch dubbele heffing en dat wordt dus in de ogen van de advocaat-generaal niet door de richtlijn bestreken.
Belang voor Nederland
De Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting voorziet, net als de Duitse wetgeving, in diverse renteaftrekbeperkingen, zoals die gericht tegen 'thin capitalization' en tegen kasrondjes. Bovendien komt er naar alle waarschijnlijkheid met ingang van 1 januari 2012 ook nog een specifieke aftrekbeperking voor de rente betaald door zogenoemde overnameholdings. Nu de advocaat-generaal het HvJ heeft geadviseerd om de Interest- en royaltyrichtlijn zo te interpreteren dat deze niet in de weg staat aan de Duitse renteaftrekperking, valt niet te verwachten dat zij anders zou adviseren wanneer de Nederlandse aftrekbeperkingen bij het HvJ zouden voorliggen. Bovendien ligt het in de lijn der verwachtingen dat het HvJ de advocaat-generaal zal volgen in haar conclusie, zodat de kans niet groot is dat het HvJ zal oordelen dat renteaftrekbeperkingen in strijd zijn met de Interest- en royaltyrichtlijn. Dit laat op zich onverlet dat de renteaftrekbeperkingen of bepaalde daarin begrepen elementen nog strijdig zouden kunnen zijn met andere Europese regels, zoals de vrijheid van vestiging of de vrijheid van kapitaalverkeer, of met bepalingen die zijn overeengekomen in belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met andere landen.