Beantwoording kamervragen verklaring arbeidsrelatie 

 

14-5-2010 

De minister van Financiën heeft kamervragen beantwoord over de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Daarbij is een belangrijke toezegging gedaan voor opdrachtgevers die te goeder trouw zijn afgegaan op een onjuiste VAR-verklaring.

De belastingplichtige die zekerheid wil over hoe inkomsten uit een bepaalde arbeidsrelatie fiscaal kwalificeren, kan de inspecteur vragen om een VAR af te geven. De inkomsten kunnen worden aangemerkt als winst uit onderneming (VAR-wuo), loon uit dienstbetrekking (VAR-loon) of resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row). De directeur-grootaandeelhouder (dga) kan verder nog in aanmerking komen voor een VAR-dga voor werkzaamheden die hij namens zijn bv verricht. De vergoeding voor die werkzaamheden wordt dan aan de bv toegerekend en niet rechtstreeks aan de dga.

 Ook voor de opdrachtgever is de VAR van belang: een VAR-wuo of een VAR-dga geeft de opdrachtgever namelijk de zekerheid dat hij geen loonheffingen (loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) hoeft in te houden en af te dragen voor de desbetreffende werkzaamheden. Een VAR-loon of een VAR-row biedt daarentegen geen volledige zekerheid: hier zal de opdrachtgever moeten onderzoeken of de werkzaamheden feitelijk als een dienstbetrekking kwalificeren, in welk geval hij loonheffingen moet inhouden en afdragen.

Veel opdrachtgevers menen ten onrechte dat als de opdrachtnemer over een VAR-dga beschikt, hiermee elk (fiscaal) risico is afgedekt. Zij gaan echter voorbij aan het feit dat de VAR-dga geen vrijwaring geeft voor eventuele aansprakelijkstelling op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid. Wanneer de bv van de opdrachtnemer niet voldoet aan zijn fiscale verplichtingen, kan de Belastingdienst de opdrachtgever uiteindelijk aansprakelijk stellen voor de niet afgedragen loonheffingen en btw door de vennootschap van de opdrachtnemer.
De conclusie is dus dat een opdrachtgever een risico kan lopen op aansprakelijkstelling op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid wanneer hij een zelfstandige met een VAR-dga inschakelt.

De opdrachtgever loopt geen risico van aansprakelijkstelling op grond van de inlenersaansprakelijkheid als de opdrachtnemer zijn onderneming drijft in de vorm van bijvoorbeeld een eenmanszaak of een maatschap. Deze ondernemer (met een VAR-wuo) is immers niet in dienst van zijn onderneming, terwijl een dga voor de loonbelasting wel in dienst is bij zijn vennootschap.

Wat nu als de opdrachtgever meent geen risico op aansprakelijkstelling te lopen omdat de opdrachtnemer een VAR-wuo (of een VAR-row) heeft overhandigd, terwijl dit, als de opdrachtnemer het aanvraagformulier correct zou hebben ingevuld, een VAR-dga had moeten zijn? De minister van Financiën heeft op 6 mei 2010 in zijn antwoord op kamervragen toegezegd dat opdrachtgevers die te goeder trouw zijn afgegaan op een onjuiste VAR-verklaring, niet aansprakelijk zullen worden gesteld op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid. Deze toezegging zal voor alle duidelijkheid ook worden opgenomen in de Leidraad Invordering. De vrijwaring geldt alleen als de opdrachtgever te goeder trouw is. Opvallend is dat de minister bij de beantwoording van de kamervragen niet heeft toegelicht wanneer een opdrachtgever als te goeder trouw moet worden aangemerkt.