Fiscale gevolgen fout inspecteur bij het vaststellen aanslag. Onder welke omstandigheden kan de inspecteur nog een aanvullende aanslag opleggen? 

31-7-2009 

De fiscus heeft veel bevoegdheden, maar niet de bevoegdheid om zonder enige beperkingen navorderingsaanslagen op te leggen als de definitieve aanslag tot een te laag bedrag blijkt te zijn vastgesteld. Van sommige fouten moeten de gevolgen voor rekening van de fiscus blijven. Recent is nieuwe rechtspraak gepubliceerd waarin de grenzen van wat nog wel en wat net niet meer kan meer exact zijn afgebakend. Dat is in het kader van de rechtszekerheid een verheugende ontwikkeling.

Opmerkelijke Hofuitspraak

Op 29 mei 2009 heeft Hof 's-Hertogenbosch een opmerkelijke uitspraak gedaan over een dividenduitkering die correct in de aangifte inkomstenbelasting was opgenomen als winst uit aanmerkelijk belang, maar slechts ten dele in de aanslag inkomstenbelasting terecht was gekomen. De dividendbelasting was wel verrekend als voorheffing op de inkomstenbelasting, maar het dividend zelf zat niet in het inkomen verwerkt. De aanslag was dus tot een te laag bedrag opgelegd. Het Hof besliste dat de inspecteur het verschil niet meer mocht navorderen.

De casus

Het ging om een dividenduitkering van € 400.000 uit de eigen bv, gedaan in 2004. Het dividend en de verrekenbare dividendbelasting waren keurig in de aangifte inkomstenbelasting opgenomen. De aanslag was echter te laag. De aandeelhouder handelde met open vizier en lichtte zelf de fiscus hierover in. Op de inspectie had men de fout kennelijk nog niet ontdekt. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op, waartegen bezwaar werd gemaakt. De inspecteur wees het bezwaar af. De rechtbank Breda gaf de inspecteur gelijk. In hoger beroep besliste het Hof echter in het voordeel van de aandeelhouder, aangezien er sprake was van een door de inspecteur gemaakte fout.

Nieuw feit

Navordering is niet altijd mogelijk. De wetgever heeft in de wet neergelegd dat navordering alleen mogelijk is als de inspecteur over een ‘nieuw feit’ beschikt. Een nieuw feit is een feit dat de inspecteur niet bekend was, of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. Wat de inspecteur subjectief gesproken wist, is dus niet relevant. Het gaat erom wat hij had kunnen en behoren te weten. Nu de dividenduitkering in de aangifte was opgenomen, had de inspecteur met dit feit bekend kunnen en behoren te zijn.

Met schrijf- en of typefout gelijk te stellen vergissing

De inspecteur mag onder die omstandigheden nog wel een navorderingsaanslag opleggen als er slechts sprake is van een ‘schrijf- of typefout of daarmee gelijk te stellen vergissing’, en het de belastingplichtige onmiddellijk duidelijk moet zijn geweest dat de aanslag te laag was.
De aandeelhouder wist in dit geval dat de aanslag te laag was (hij had de fiscus daarover immers zelf ingelicht), maar bestreed dat er sprake was van een met schrijf- en of typefout gelijk te stellen vergissing, zoals de inspecteur betoogde. De aandeelhouder stelde dat er geen sprake was van zo’n ‘kenbare ambtelijke fout’, maar daarentegen van een ‘ambtelijk verzuim’.

Ambtelijk verzuim

Een ambtelijk verzuim sluit een nieuw feit uit. Een ambtelijk verzuim verhindert navordering in het algemeen. Bij de vraag of er een ambtelijk verzuim is, wordt de zorgvuldigheid van werken van de inspecteur beoordeeld. Verandering van de werkprocessen bij de Belastingdienst, in het bijzonder voortschrijdende automatisering, impliceert niet dat er minder zware eisen worden gesteld aan de zorgvuldigheid waarmee men bij de fiscus moet werken. De gevolgen van de door de Belastingdienst gekozen werkwijze komen voor rekening van de Belastingdienst, zo is inmiddels vaste rechtspraak.

De uiteindelijke beslissing

De rechter weegt in een zaak als deze de rechtbescherming van de belastingplichtige af tegen de financiële belangen van de staat. Bij een fiscaal geschil gaat het meestal over de feiten en de weging van de feiten. Wat weegt zwaarder, de kenbaarheid van de fout of het feit dat de inspecteur geen enkele controle had toegepast? Wanneer de inspecteur ervoor kiest om een aangifte niet diepgaand te beoordelen, dan kan hij later niet meer zeggen dat hij de uitkomst niet heeft gewild, als de aanslag te laag blijkt te zijn, zo besliste het Hof in navolging van de Hoge Raad. Zo'n beslissing bevordert correct en zorgvuldig handelen van de fiscus. Daarmee zijn de burgers gebaat en daarmee is ook de Nederlandse staat uiteindelijk het meest gebaat. De beslissing van het Hof achten wij juist.