Europese Commissie verzoekt Nederland diverse belastingregels aan te passen 

 

15-10-2010 

De Europese Commissie heeft Nederland officieel verzocht om aanpassing van de belastingwetgeving op diverse onderdelen die naar het oordeel van de Commissie discriminerend zijn. Dit mede naar aanleiding van klachten van KPMG Meijburg & Co. Het gaat dan vooral om vennootschapsbelasting op inkomen uit aanmerkelijk belang bij buitenlandse vennootschappen en buitenlandse charitatieve instellingen, om vennootschapsbelasting op inkomen uit onroerende zaken bij buitenlandse charitatieve instellingen, en om successie- en schenkingsrechten op landgoederen.

In al deze gevallen acht de Commissie de Nederlandse belastingregels in strijd met de EU-regels voor het vrije verkeer van kapitaal. Wanneer Nederland in al deze gevallen niet binnen twee maanden een bevredigend antwoord geeft, kan de Commissie Nederland dagen voor het Europese Hof van Justitie (HvJ).

Buitenlandse vennootschappen met een aanmerkelijk belang in Nederland
De Commissie heeft Nederland verzocht om wijziging van de wetgeving waaronder vennootschappen die elders in de EU of de EER zijn gevestigd, wel worden belast over inkomen uit aandelen in Nederlandse vennootschappen die niet tot hun ondernemingsvermogen behoren, omdat deze worden aangemerkt als een aanmerkelijk belang. En dit terwijl binnenlandse vennootschappen vrijstelling van belasting krijgen over hun inkomen uit aandelen op grond van de deelnemingsvrijstelling. De Commissie is van mening dat deze regel niet alleen in strijd is met het EU-recht voor het vrije verkeer van kapitaal, maar ook met het EU-recht voor de vrijheid van vestiging en met de EU-Moeder-dochterrichtlijn.

Buitenlandse charitatieve instellingen met een aanmerkelijk belang in Nederland
Verder heeft de Commissie Nederland verzocht om wijziging van de fiscale regels waaronder binnenlandse charitatieve instellingen die geen onderneming drijven, worden vrijgesteld van de vennootschapsbelasting, terwijl soortgelijke buitenlandse instellingen wel worden belast. Nederlandse instellingen die geen onderneming drijven maar inkomen ontvangen uit een aanmerkelijk belang in Nederlandse vennootschappen of uit schuldvorderingen op vennootschappen waarin zij een dergelijk belang hebben, worden vrijgesteld van de vennootschapsbelasting. Buitenlandse instellingen krijgen echter geen vrijstelling voor hun inkomen uit een aanmerkelijk belang in Nederlandse vennootschappen. De Commissie is van mening dat deze regels in strijd zijn met het EU-recht voor het vrije verkeer van kapitaal.

Buitenlandse charitatieve instellingen met een inkomen uit onroerende zaken
De Commissie heeft Nederland ook verzocht om wijziging van de fiscale regels die discriminerend zijn voor buitenlandse charitatieve instellingen die beschikken over onroerende zaken in Nederland. Volgens deze regels krijgen binnenlandse charitatieve instellingen en kerkgenootschappen die geen onderneming drijven, vrijstelling van belasting over hun inkomen uit in Nederland gelegen onroerende zaken. Buitenlandse charitatieve instellingen en kerkgenootschappen krijgen echter geen vrijstelling van belasting over een dergelijk inkomen. De Commissie is van mening dat deze regels in strijd zijn met het EU-recht voor het vrije verkeer van kapitaal.

Successie- en schenkingsrechten op landgoederen
Tot slot heeft de Commissie Nederland verzocht om wijziging van de regeling waaronder in Nederland gelegen landgoederen gedeeltelijk of volledig worden vrijgesteld van successie- of schenkingsrechten, terwijl verervingen of schenkingen van landgoederen die zijn gelegen in andere lidstaten of EER-landen, voor 100% worden belast. De Commissie is van mening dat dergelijke bepalingen discriminerend zijn en in strijd met de EU-regels voor het vrije verkeer van kapitaal.

Het is nu afwachten wat Nederland gaat doen: de wetgeving inderdaad per onderdeel aanpassen of het risico lopen op een veroordeling door het HvJ als de Commissie besluit om de zaken daar aanhangig te maken.