Europese Commissie publiceert voorstel voor belasting op financiële transacties 

 

29-9-2011 

Op 28 september 2011 heeft de Europese Commissie een richtlijnvoorstel gepubliceerd voor de invoering van een EU-brede belasting op financiële transacties, de financiële transactietaks (FTT), die ongeveer € 57 miljard aan belastingopbrengsten zou kunnen opbrengen.

Achtergrond en doelstellingen
Bij discussies over de rol van de financiële sector in de recente kredietcrisis zijn vragen opgekomen over de mogelijke benaderingen om te verzekeren dat deze sector enerzijds bijdraagt aan de kosten van de crisis en anderzijds dat maatregelen worden genomen om een toekomstige crisis te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door het ontmoedigen van financiële transacties met een hoog risico, die de markten kunnen destabiliseren. De invoering van een specifieke belasting op transacties in de financiële sector werd – in aanvulling op de regulerende maatregelen die worden ingevoerd op EU-niveau –gezien als een potentiële remedie. De FTT wordt ook beschouwd als een mogelijke bron van belastingopbrengsten die gedeeltelijk in de plaats zou kunnen komen van de huidige afdrachten van lidstaten ter financiering van het EU-budget.

De Europese Commissie heeft nu een richtlijnvoorstel gelanceerd voor invoering van een FTT in de Europese Unie. Volgens de Commissie geven de huidige indicaties aan dat de richtlijn waarschijnlijk ongeveer € 57 miljard aan belastingopbrengsten op EU-niveau zou kunnen opbrengen.

Toepassingsbereik
De FTT is ontworpen om een breed scala aan financiële transacties te treffen, met inbegrip van de verwerving en verkoop van financiële instrumenten. Het gaat dan bijvoorbeeld om effecten, geldmarktinstrumenten, units/aandelen in collectieve beleggingsondernemingen, 'notes' en 'structured products', de overdracht van risico verbonden aan een financieel instrument tussen entiteiten van een groep (zelfs wanneer deze overdracht geen deel uitmaakt van een koop/verkoop) en ook om het aangaan van derivatenovereenkomsten, zoals opties, 'futures', 'swaps' en 'forward-rate-agreements' verbonden aan effecten of grondstoffen. Volgens het voorstel is de FTT gericht op het belasten van transacties waarbij financiële instellingen zijn betrokken en niet op gewone transacties uitgevoerd door gewone particulieren of bedrijven. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan het afsluiten van verzekeringscontracten, hypothecaire leningen of consumptief krediet, contante valutatransacties, transacties op de primaire markt bestaande uit de uitgifte van aandelen en obligaties. Deze transacties vallen dus niet onder de richtlijn. Toch is de vervolghandel van deze transacties via gestructureerde produkten wel onderworpen aan de FTT, evenals de intekening en terugbetaling op aandelen of units in collectieve beleggingsondernemingen (icbe’s) en alternatieve beleggingsfondsen, zoals private-equityfondsen.

Financiële instellingen zijn in het voorstel ruim gedefinieerd, waardoor niet alleen traditionele financiële instellingen – beleggingsentiteiten, georganiseerde markten, kredietinstellingen, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, collectieve beleggingsinstellingen en hun managementvennootschappen, alternatieve beleggingsinstellingen en rechtspersonen die dergelijke instellingen managen, pensioenfondsen en hun fondsmanagers en financial-leasingvennootschappen – eronder vallen, maar ook houdstervennootschappen, 'special purpose vehicles', zoals secutarisatie-entiteiten en entiteiten die de risico’s van (her)verzekeringsmaatschappijen overnemen, en iedere andere persoon die zekere significante financiële transacties uitvoert, gemeten naar omvang of waarde. Financiële instellingen zijn zelfs onderworpen aan de FTT wanneer zij opereren in naam of voor rekening van een andere persoon.

Voor toepassing van de richtlijn is vereist dat ten minste een van de partijen bij de transactie is gevestigd in een lidstaat. Dit is een breed begrip dat reguliere toestemming, geregistreerd adres, filialen, enz. omvat. Wanneer meer dan een financiële instelling partij is bij de transactie, zullen beide zijn onderworpen aan de belasting. Het lijkt erop dat dit het geval is ongeacht of zij zijn gevestigd in een en dezelfde lidstaat of in verschillende lidstaten. Financiële instellingen gevestigd buiten de Europese Unie kunnen eveneens zijn onderworpen aan de FTT wanneer een of meer personen die partij zijn bij de transactie, zijn gevestigd in de Europese Unie, tenzij kan worden bewezen dat er geen relatie is tussen de economische inhoud van de transactie en het territorium van een van de lidstaten.

Belastbaarheid, bedragen en tarieven
De FTT wordt verschuldigd wanneer de financiële transactie daadwerkelijk plaatsvindt, en is gericht op heffing op basis van het brutobedrag van de transacties. Het belastbaar bedrag is afhankelijk van het type financiële transactie. In het algemeen is het belastbaar bedrag bij een financiële transactie – anders dan een transactie met derivaten – effectief de waarde van de betaalde vergoeding als onderdeel van de financiële transactie. Onder omstandigheden zal de arm’s length-marktprijs van een transactie echter als maatstaf worden gebruikt, in plaats van de prijs die tussen partijen is overeengekomen. Bij transacties met derivaten zal het belastbaar bedrag het nominale bedrag zijn.

De richtlijn voorziet in een minimum FTT-tarief van 0,1% voor financiële transacties anders dan die gerelateerd aan derivatenovereenkomsten, en een tarief van 0,01% bij derivatenovereenkomsten.

Lidstaten zijn verplicht in nationale regelgeving het noodzakelijke raamwerk te implementeren om te verzekeren dat de FTT wordt aangegeven en betaald in overeenstemming met de richtlijn. De FTT is verschuldigd op het tijdstip waarop de elektronische transactie plaatsvindt, en binnen drie werkdagen in andere gevallen. Belastingplichtigen zijn verplicht uiterlijk op de tiende dag van de volgende maand een maandelijkse FTT-aangifte in te dienen. Lidstaten zijn ook verplicht om registratie, verslaglegging en andere verplichtingen die zijn gericht op een effectieve afdracht van de FTT op te leggen. Bovendien zijn zij verplicht maatregelen te treffen tegen belastingfraude, belastingontwijking en misbruik. Lidstaten mogen op financiële transacties geen andere heffingen dan FTT of btw handhaven of invoeren.

Wetgevingsproces
De volgende stap in het wetgevingsproces is het bespreken van de richtlijn in de Raad van Ministers van de Europese Unie. Een unaniem besluit van de Raad, in overeenstemming met een speciale wetgevingsprocedure en na consultatie van het Europees Parlement, is vereist voor aanneming en invoering van het voorstel. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de tekst nog significante wijzigingen ondergaat voordat de richtlijn wordt aangenomen. Volgens de ontwerptekst is de termijn voor implementatie 31 december 2013, waarbij de bepalingen van toepassing zijn vanaf 1 januari 2014.

Commentaar KPMG Meijburg & Co
Ondanks de deadline die is aangegeven in de richtlijn is het tijdspad voor invoering nog onbekend, omdat unanimiteit op het niveau van de Raad is vereist. Op dit moment is er nog geen officiële indicatie over de positie van de verschillende lidstaten, maar het is waarschijnlijk dat er onder enkele lidstaten wel een bepaalde mate van steun is. Wij verwachten echter sterke oppositie van andere lidstaten, in het bijzonder met het oog op de bestaande zorgen dat financiële transacties zullen worden verplaatst naar buiten de Europese Unie, om aan toepassing van de FTT te ontkomen.