Op 7 juni 2010 heeft (demissionair) minister De Jager van Financiën het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2010 ingediend bij de Tweede Kamer. De voorgestelde maatregelen hebben een diverse achtergrond: technische en redactionele wijzigingen, codificatie van beleid, reparatie van ongewenste gevolgen voortvloeiend uit arresten van de Hoge Raad en aanpassing van regelingen in verband met Europees recht. Hierna volgt een korte beschrijving van enkele voorgestelde wijzigingen. Tenzij anders is vermeld, is de beoogde ingangsdatum 1 januari 2011.
Kwartaalaangifte btw met jaar verlengd
De verruimde keuzemogelijkheid om de btw-aangifte per kwartaal te doen in plaats van per maand wordt voortgezet in 2011. Dat kondigt het kabinet aan in de toelichting op het wetsvoorstel. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op voor ondernemers die per saldo btw moeten betalen.
Uitbreiding reikwijdte milieu-investeringsaftrek voor elektrisch rijden
Om elektrisch rijden te stimuleren, komen elektrische auto's met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek. De eis dat het hierbij om personenauto's moet gaan die zijn bestemd voor beroepsvervoer over de weg, komt te vervallen. De wetswijziging vormt de codificatie van een beleidsbesluit.
Aanpassing toerekening resultaat uit terbeschikkingstelling bij gemeenschap van goederen
Het beleidsstandpunt dat het resultaat uit terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen die in een (huwelijks)goederengemeenschap vallen aan beide partners ieder voor de helft moet worden toegerekend, wordt expliciet opgenomen in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Wet IB). Dit ter reparatie van de arresten van de Hoge Raad van 15 januari 2010, waaruit volgt dat de bestuursbevoegde belastingplichtige het resultaat volledig moet aangeven. In samenhang hiermee wordt voor de terbeschikkingstellingsregeling een doorschuiffaciliteit geïntroduceerd in de Wet IB voor de overgang krachtens huwelijksvermogensrecht. Het huwen in gemeenschap van goederen levert dus geen afrekenmoment op voor de terbeschikkingstellingsregeling: de helft van de boekwaarde kan geruisloos worden doorgeschoven naar de echtgenoot.
Peildatum box 3
Op grond van de eind 2009 door de Eerste Kamer aangenomen Fiscale vereenvoudigingswet 2010 is er met ingang van 1 januari 2011 nog maar één peildatum voor het inkomen uit sparen en beleggen in box 3, namelijk het begin van het kalenderjaar. Wanneer door immigratie of emigratie niet het hele jaar sprake is van binnenlandse of buitenlandse belastingplicht, wordt eveneens uitgegaan van een peildatum, zijnde het begin van het kalenderjaar. Het voordeel uit sparen en beleggen wordt vervolgens herleid in evenredigheid met de tijd.
Aftrek uitgaven monumentenpand buitenlandse belastingplichtigen
Een buitenlands belastingplichtige komt in beginsel niet in aanmerking voor de persoonsgebonden aftrek in de Wet IB 2001, tenzij hij ervoor kiest om te worden behandeld als binnenlands belastingplichtige. Er bestaat twijfel over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van het niet aftrekbaar zijn van uitgaven met betrekking tot monumentenpanden – een van de categorieën in de persoonsgebonden aftrek. Daarom wordt voorgesteld deze uitgaven ook aftrekbaar te maken voor buitenlandse belastingplichtigen.
Eenmalige verhoging aanslaggrens inkomstenbelasting 2009
Zoals de minister van Financiën al aankondigde in een brief van 1 maart 2010 aan de Tweede Kamer, wordt een maatregel getroffen die voorkomt dat een alleenstaande die uitsluitend een AOW-uitkering geniet, in het jaar 2009 in aanmerking komt voor een aanslag inkomstenbelasting. Hiertoe wordt de aanslaggrens eenmalig en met terugwerkende kracht verhoogd van € 43 naar € 50. Naar verwachting hoeven ongeveer 35.000 personen hierdoor geen aangifte te doen.
Werkkostenregeling 2011
Op grond van de al genoemde Fiscale vereenvoudigingswet 2010 wordt per 1 januari 2011 een werkkostenregeling ingevoerd in de Wet op de loonbelasting 1964. In het wetsvoorstel wordt een aantal technische aanpassingen voorgesteld ten aanzien van:
· de (waardering van voorzieningen op de) werkplek;
· het keuzeregime;
· beperking van de grondslag voor de berekening van de vrije marge (of forfaitaire ruimte) bij uitbetalingen aan anderen dan actieve werknemers;
· de regelingen voor artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen.
Uitbreiding begrip 'economische eigendom' (overdrachtsbelasting)
In zijn arrest van 11 december 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de verkrijging van de economische eigendom van een bestanddeel (opstal) van een onroerende zaak waarvoor geen beperkt recht (recht van opstal) is gevestigd, niet is belast met overdrachtsbelasting. De minister van Financiën acht deze uitkomst niet wenselijk en niet conform de bedoeling van de wet. Volgens hem zou vooral in situaties van gelieerde partijen overdrachtsbelasting kunnen worden ontgaan. Voorgesteld wordt om de Wet op belastingen van rechtsverkeer zodanig te wijzigen dat uitdrukkelijk blijkt dat onder de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen, eveneens wordt verstaan de verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen dat het belang vertegenwoordigt bij een bestanddeel van een onroerende zaak dat zelfstandig kan worden onderworpen aan een recht.
Aanpassingen in verband met herziening Successiewet
Naar aanleiding van de wijziging van de Successiewet 1956 per 1 januari 2010 bevat het wetsvoorstel enkele maatregelen van overwegend technische aard. In overeenstemming met een toezegging tijdens de parlementaire behandeling wordt onder andere de eenmalige extra verhoogde vrijstelling voor kinderen in de schenkbelasting aangepast. Daardoor mag deze onder meer ook worden aangewend voor aflossing van de eigenwoningschuld en voor onderhoud en verbetering van de eigen woning.