Belastingplan 2012: de gevolgen voor woningcorporaties 

 

20-9-2011 

Het op vrijdag 16 september 2011 bekendgemaakte Belastingplan 2012 bevat enkele voorstellen die grote impact zullen hebben op de fiscale positie van woningcorporaties. Deze maatregelen vormen voor een belangrijk deel de reactie van het Ministerie van Financiën op de procedures waarin de vraag centraal stond of een woningcorporatie kan kwalificeren als algemeen nut beogende instelling (ANBI).

Zoals wij in dit kader eerder hebben bericht, heeft advocaat-generaal Wattel dit voorjaar in een door KPMG Meijburg & Co aangespannen zaak geconcludeerd dat een woningcorporatie als ANBI kan kwalificeren. Verwacht wordt dat de Hoge Raad in december van dit jaar uitspraak zal doen. Meer recent heeft ook Hof Arnhem in een andere door KPMG Meijburg & Co gevoerde procedure geoordeeld dat een woningstichting die zich toelegt op volkshuisvesting kan worden aangemerkt als ANBI. Het belang van deze procedures is dat ANBI’s en 'ANBI-achtigen' op basis van de huidige wetgeving gebruik kunnen maken van een aantal fiscale aftrekfaciliteiten die reguliere belastingplichtigen niet kunnen toepassen. Daarmee kan de belaste winst vaak tot nihil worden teruggebracht. In bepaalde gevallen is het zelfs mogelijk een beroep te doen op een volledige vrijstelling van vennootschapsbelasting (Vpb).

In afwachting van de definitieve uitspraak van de Hoge Raad in deze procedures wordt nu voorgesteld om zowel de ANBI-regelgeving als de aftrekfaciliteiten drastisch te wijzigen. Het Ministerie van Financiën hoopt daarmee de in 2007 gebudgetteerde jaarlijkse Vpb-opbrengst van woningcorporaties van € 500 miljoen alsnog zeker te stellen.

ANBI-definitie
Of sprake is van een ANBI wordt in de huidige regeling bepaald aan de hand van criteria die zijn uitgekristalliseerd in de jurisprudentie. De wet geeft feitelijk een ruw kader. Het is een systeem dat daardoor goed aansluit bij wijzigende maatschappelijke ontwikkelingen en opvattingen. Voorgesteld wordt om deze 'open norm' te vervangen door een wettelijke definitie. Die definitie is beperkt tot twaalf in de wet opgenomen goede doelen. Volkshuisvesting wordt daarvan bewust en expliciet in de toelichting uitgesloten. Gesteld wordt dat volkshuisvesting een belangrijk maatschappelijk doel is, maar dat dit niet voldoende is voor de kwalificatie als ANBI. Dit betekent dat woningcorporaties en andere binnen de volkshuisvesting werkzame woningstichtingen vanaf 1 januari 2012 niet langer als ANBI kunnen worden gerangschikt.

Herbestedingsreserve
De herbestedingsreserve maakt het mogelijk dat een belastingplichtige zonder aandeelhouders, zoals een woningcorporatie, een fiscale voorziening vormt voor (voorgenomen) investeringen in bedrijfsmiddelen, op voorwaarde dat bij de belastingplichtige een maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond staat. Aan die voorwaarde zal zonder twijfel zijn voldaan als sprake is van een ANBI.

Naast een naamswijziging – de term 'herbestedingsreserve' wordt gewijzigd in bestedingsreserve – wordt voorgesteld om de groep belastingplichtigen die gebruik kan maken van deze faciliteit te beperken. Met ingang van 2012 zullen uitsluitend culturele instellingen en lichamen zonder aandeelhouders of deelgerechtigden die een sociaal belang behartigen en hun winst hoofdzakelijk behalen met behulp van vrijwilligers, in aanmerking kunnen komen voor de bestedingsreserve. Verder mag de bestedingsreserve niet meer worden gevormd voor voorgenomen investeringen in onroerende zaken die worden verhuurd aan derden.

Door deze aanscherpingen zullen woningcorporaties vanaf 2012 normaal gesproken geen gebruik meer kunnen maken van deze aftrekfaciliteit.

Aftrek voor fondsenwerving
Naast een inperking van de (her)bestedingsreserve wordt ook voorgesteld de huidige fiscale faciliteiten voor fondsenwervende activiteiten drastisch te beperken.

De uitleg die de rechter en de advocaat-generaal hebben gegeven aan de huidige aftrek voor fondsenwerving, leidt volgens de bewindslieden van Financiën tot onbedoeld gebruik van de faciliteit. Daarom zullen de voorwaarden voor het claimen van deze aftrekfaciliteit worden aangescherpt. De belangrijkste nieuwe voorwaarde is dat de fondsenwervende activiteiten in belangrijke mate met behulp van vrijwilligers moeten worden verricht. Daarnaast moet kenbaar worden gemaakt dat de opbrengst van de fondsenwervende activiteiten (nagenoeg) geheel ten goede komt aan een ANBI.

Als gevolg van deze aanpassingen zullen woningcorporaties vanaf 1 januari 2012 ook de faciliteiten voor fondsenwervende activiteiten niet langer kunnen toepassen.

Zorgcorporaties
Op basis van een toezegging van staatssecretaris Weekers van Financiën in december 2010 kunnen ouderen- en zorgcorporaties tot en met het jaar 2011 een beroep doen op een Vpb-vrijstelling. Wanneer ook de Hoge Raad van mening zou zijn dat woningcorporaties als ANBI kunnen worden aangemerkt, dan zou een beroep op die vrijstelling voor ouderen- en zorgcorporaties ook na 2011 mogelijk blijven. Om dat te voorkomen, wordt nu voorgesteld om deze vrijstelling per 1 januari 2012 te beperken. Vanaf die datum kan de vrijstelling alleen nog worden toegepast door instellingen die zich feitelijk bezighouden met het verlenen van zorg. Het Besluit beheer sociale huursector (BBSH) maakt het voor corporaties echter onmogelijk om zelf zorg te verlenen. Corporaties zullen dus vanaf 1 januari 2012 niet meer kunnen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling. De toets of feitelijk zorg wordt verleend zal per individuele vennootschap of stichting moeten worden gedaan; het is daarom niet relevant of een ouderen- of zorgcorporatie in een groep is verbonden met andere stichtingen of vennootschappen die wel feitelijk zorg verlenen.

Samenvattend
Bovengenoemde voorstellen zullen in de komende maanden worden behandeld in het parlement. Het is dus nog niet zeker of alle voorgestelde wijzigingen ook op deze manier zullen worden ingevoerd. Op basis van de voorstellen kan in ieder geval worden geconcludeerd dat in de fiscale wetgeving op geen enkele wijze (meer) rekening wordt gehouden met de maatschappelijke taken van woningcorporaties. Dit is des te schrijnender, omdat de zogeheten onrendabele top fiscaal niet aftrekbaar is. Op basis van de huidige wet- en regelgeving en de huidige voorstellen blijft de Vpb-vrijstelling voor gemeentelijke woningbedrijven wel bestaan. Een woningcorporatie kan als zodanig kwalificeren als de bestuurders onmiddellijk of middellijk worden benoemd en ontslagen door Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals een gemeente.