Hof Arnhem merkt woningstichting aan als ANBI 

 

15-9-2011 

De vraag of een woningcorporatie een algemeen nut beogende instelling (ANBI) is, ligt nu voor bij de Hoge Raad in een door KPMG Meijburg & Co aangespannen zaak. De uitspraak van de Hoge Raad staat op de rol voor december 2011. Voorjaar 2011 heeft advocaat-generaal (A-G) Wattel in zijn advies aan de Hoge Raad al geconcludeerd dat woningcorporaties in beginsel kunnen worden gekwalificeerd als ANBI. Inmiddels heeft Hof Arnhem op 30 augustus 2011 in een andere door KPMG Meijburg & Co gevoerde procedure geoordeeld dat een woningstichting die zich toelegt op de volkshuisvesting moet worden aangemerkt als ANBI. Het hof stelde vast dat de woningstichting als statutair doel heeft uitsluitend, of nagenoeg uitsluitend werkzaam te zijn in het belang van de volkshuisvesting, waarbij zij zich nagenoeg geheel richt op de exploitatie van sociale huurwoningen. Hiermee dient de woningstichting volgens het hof het algemeen belang.

Dat de woningstichting niet de status van toegelaten instelling heeft, doet daaraan volgens het hof niet af. Omdat de activiteiten van de woningstichting nagenoeg geheel (voor ten minste 90%) bestaan uit de verhuur van sociale huurwoningen, was het hof van oordeel dat de feitelijke werkzaamheden voldoende aansluiten bij het doel en dat de woningstichting daarom dus kan worden aangemerkt als ANBI. Dat de woningstichting niet de status van toegelaten instelling heeft, doet daaraan volgens het hof niet af. Hoewel het feit dat het sociale woningbezit van de betreffende stichting voor het grootste deel bestond uit zorgvastgoed, wat het oordeel van het hof versterkte, is dat niet doorslaggevend. Ook de verhuur van reguliere sociale huurwoningen is volgens het hof algemeen nuttig.

Na de eerdere, positieve conclusie van A-G Wattel is dit de eerste rechterlijke uitspraak waarbij het ANBI-karakter van een woningstichting wordt bevestigd, in afwijking van eerdere rechtbank- en hofuitspraken.

Het belang van deze procedures is dat ANBI’s gebruik kunnen maken van een aantal fiscale aftrekfaciliteiten die reguliere belastingplichtigen niet kunnen toepassen. De belangrijkste zijn de aftrekbepaling van artikel 9, lid 1, onderdeel h Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) en de herbestedingsreserve. Via toepassing van deze faciliteiten kan de belaste winst vaak tot nihil worden teruggebracht.

Verder betekenen de conclusie van de advocaat-generaal en de uitspraak van Hof Arnhem ook goed nieuws voor de ouderen- en zorgcorporaties. Voor een beroep op de Vpb-vrijstelling van artikel 5, lid 1, onderdeel c Wet Vpb is van cruciaal belang dat de belastingplichtige het algemeen belang dient. Als vaststaat dat corporaties het algemeen belang (kunnen) dienen, bestaat er voor ouderen- en zorgcorporaties geen belemmering meer om zich ook na 1 januari 2012 op die Vpb-vrijstelling te blijven beroepen.

Op 21 en 23 juni 2011 heeft het kabinet overigens aangekondigd de fiscale faciliteiten die gelden voor ANBI’s aan te passen. Op Prinsjesdag zal duidelijk worden wat die aanpassingen concreet inhouden en wat de eventuele gevolgen zijn voor woningcorporaties.