HvJ EG: btw die drukt op de kosten van de verkoop van deelnemingen door een moeiende holding is onder omstandigheden aftrekbaar 

 

30-10-2009 

Het Europese Hof van Justitie (HvJ EG) heeft op 29 oktober 2009 het arrest AB SKF gewezen. Deze zaak betreft het recht op aftrek van btw op kosten van verkoop van deelnemingen door een moedermaatschappij. De vrees bestond dat het HvJ EG zou oordelen dat deze btw niet aftrekbaar zou zijn. Het oordeel luidt echter dat onder omstandigheden toch recht bestaat op aftrek van btw.

De casus
SKF is een Zweedse moedermaatschappij die aandelen houdt in diverse deelnemingen. Zij houdt zich actief bezig met het beheer in de dochterondernemingen en verricht aan hen beheer-, administratie- en marketingdiensten. In verband met deze diensten is SKF btw-plichtig. SKF besloot 100% van de aandelen in een dochteronderneming en 26,5 % van de aandelen in een andere vennootschap, waarvan SKF vroeger 100% van de aandelen hield, te verkopen. In verband met deze verkoop werden advieskosten ingewonnen. Hierbij werd btw in rekening gebracht. De Zweedse fiscus nam het standpunt in, dat de voorbelasting op diensten in verband met de verkoop van de aandelen niet in aftrek mag worden gebracht.

De zaak komt uiteindelijk voor de hoogste Zweedse rechter, die prejudiciële vragen aan het HvJ EG stelt.

 Het arrest
Het HvJ EG geeft aan dat – gezien de inmenging door SKF in het beheer van haar dochtermaatschappijen – de verkoop van aandelen een economische activiteit vormt.

Dit is volgens het HvJ EG mogelijk anders indien de verkoop aan te merken is een overdracht van een algemeenheid van goederen en/of diensten. Dit heeft tot gevolg dat de verkoper de btw op de advieskosten als algemene kosten in aftrek kan brengen, waarbij hij rekening moet houden met een eventueel pro-rata aftrekpercentage. Hierbij moet worden aangetekend dat de regeling voor een algemeenheid van goederen en/of diensten voor de lidstaten van de EU optioneel is en daarom niet in alle lidstaten is geïmplementeerd.

 Volgens het HvJ EG is de verkoop van aandelen in beginsel een btw-vrijgestelde activiteit. Dit standpunt doet vermoeden dat de verkoper de btw op de advieskosten niet in aftrek mag brengen. Het HvJ EG geeft echter meer ruimte door te stellen dat er een recht op aftrek bestaat indien de advieskosten in rechtstreeks en onmiddellijk verband staan met de economische activiteit van SKF in het geheel (dat wil zeggen met de ‘normale’ omzet). Volgens het HvJ is van belang of de uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de verkochte aandelen, dan wel of de kosten deel uitmaken van de prijs van de prestaties die SKF verricht. In het eerste geval kan de voorbelasting worden toegerekend aan de btw-vrijgestelde verkoop en bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting. In het andere geval mag de voorbelasting op grond van het pro rata in aftrek worden gebracht.

 Tot slot overweegt het HvJ EG dat het voor de beantwoording van de vragen niet relevant is, of de aandelenoverdracht ineens plaatsvindt of door opeenvolgende handelingen.