Kabinet presenteert op Prinsjesdag de fiscale maatregelen voor 2011 

 

21-9-2010 

Op Prinsjesdag, 21 september 2010, heeft het kabinet de Miljoenennota 2011 gepresenteerd en het Belastingplan 2011 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Belastingplan 2011 bestaat uit de volgende wetsvoorstellen:

·       het Belastingplan zelf;

·       de Overige fiscale maatregelen 2011.

Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken van het bevorderen van ondernemerschap en innovatie, het stimuleren van de woningmarkt en zeer zuinige auto's, en het bestrijden van fraude en belastingontwijking. Veel van deze voorgestelde maatregelen treden in werking op 1 januari 2011. Dit zijn hoofdlijnen van het Belastingplan.

Vennootschapsbelasting

Tariefverlaging
Het vennootschapsbelastingtarief over het belastbare bedrag boven € 200.000 (het toptarief) wordt verlaagd van 25,5% naar 25%. Bij gebroken boekjaren heeft deze tariefverlaging pas volledig effect voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2011. Het tarief over de eerste € 200.000 van het belastbare bedrag blijft 20%. Dat was al zo, op grond van een tijdelijke maatregel. Deze wordt nu definitief gemaakt.

Innovatiebox
De werking van de innovatiebox wordt enigszins verruimd. Deze verruiming is vooral bedoeld voor situaties waarin langere tijd verstrijkt tussen een octrooiaanvraag en de verlening daarvan. Onder voorwaarden kunnen de winsten die toerekenbaar zijn aan het betreffende octrooiactivum, in de periode met ingang van het jaar van octrooiaanvraag tot en met het jaar voorafgaande aan het jaar van octrooiverlening ook effectief onder de werking van de innovatiebox worden gebracht. Voorzien is in tegemoetkoming voor situaties die ten tijde van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel bestonden.

Handel in verliesvennootschappen en winstvennootschappen
De bestaande antimisbruikmaatregel die zich richt tegen de handel in zogenoemde verliesvennootschappen en winstvennootschappen wordt enigszins aangescherpt. De bestaande maatregel is (behoudens uitzonderingen) in beginsel van toepassing bij een aandeelhouderswisseling van 30% of meer. Op grond van de wettelijke systematiek, zoals bevestigd door de Hoge Raad, heeft de huidige bepaling alleen effect voor de stand van de verliescompensatie aan het eind van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin een dergelijke belangrijke aandeelhouderswisseling plaatsvindt. De huidige antimisbruikbepaling heeft echter geen effect op resultaten van het jaar waarin de besmette aandeelhouderswisseling plaatsvindt. Dat gaat nu per 1 januari 2011 veranderen op grond van het wetsvoorstel.  

Verlenging crisismaatregel willekeurige afschrijving
Als tijdelijke crisismaatregel kunnen bepaalde investeringen die in 2009 en 2010 zijn of worden gedaan, onder voorwaarden willekeurig worden afgeschreven. Hiervoor geldt een maximum van 50% in het jaar waarin de verplichting is aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. Deze bedrijfsmiddelen moeten dan wel voor 1 januari 2012, respectievelijk 1 januari 2013 in gebruik worden genomen. Deze maatregel wordt met een jaar verlengd en gaat dus ook voor investeringen in 2011 gelden. Naar verwachting gebeurt dit onder de voorwaarde dat de bedrijfsmiddelen waarin wordt geïnvesteerd voor 1 januari 2014 in gebruik worden genomen. Uitgesloten van de regeling zijn onder andere gebouwen, immateriële activa en niet-tijdelijk aan derden terbeschikkinggestelde bedrijfsmiddelen.

Verlenging crisismaatregel verruiming achterwaartse verliesverrekening
Een andere tijdelijke maatregel in verband met de economische crisis is dat belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting voor verliezen in 2009(/2010) en 2010(/2011) de mogelijkheid hebben om bij aangifte te kiezen voor het verlengen van de achterwaartse verliesverrekening (carry-back) van één tot drie jaar. Deze maatregel wordt met een jaar verlengd en gaat dus ook gelden voor verliezen die in het belastingjaar 2011(/2012) worden geleden. De belastingplichtige levert bij keuze voor uitbreiding van de achterwaartse verliesverrekening wel drie jaar voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) in. Deze wordt namelijk ingekort van negen tot zes jaar. Verder kan met elk van de extra verrekeningsjaren maximaal € 10.000.000 aan verliezen uit 2011(/2012) worden verrekend.

Heffingstijdvak buitenlandse belastingplichtigen
Er wordt voorgesteld om het heffingstijdvak voor buitenlandse belastingplichtigen in alle gevallen gelijk te stellen aan het heffingstijdvak voor binnenlandse belastingplichtigen.

Overdrachtsbelasting

Reparatie constructies onroerendezaaklichamen
Overdrachtsbelasting is verschuldigd over de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken, over beperkte rechten daarop en over de economische eigendom daarvan. Om te voorkomen dat via het tussenschuiven van een rechtspersoon de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontweken, wordt onder voorwaarden onder huidig recht ook de verkrijging van aandelen in een zogeheten onroerendezaaklichaam (hierna: OZL) al belast. Van een OZL is daarin sprake als de bezittingen van een lichaam voor 70% of meer bestaan uit in Nederland gelegen onroerende zaken. Deze voorwaarde zal worden aangescherpt in die zin dat het 70%-criterium zal worden vervangen door een 50%-criterium en voortaan ook in het buitenland gelegen onroerende zaken worden meegeteld (bezitseis). Daarnaast wordt tevens de eis opgenomen dat het aandeel van in Nederland gelegen onroerende zaken ten minste 30% van de bezittingen moet uitmaken (doeleis). De heffingsgrondslag zal echter beperkt blijven tot in Nederland gelegen onroerende zaken.

Tijdelijke verlenging termijn doorverkoop woningen
In de overdrachtsbelasting wordt de termijn van zes maanden voor de doorverkoop van onroerende zaken voor woningen tijdelijk verruimd naar twaalf maanden. Als een woning in 2011 wordt verkregen, is bij een opvolgende verkrijging van deze woning binnen twaalf maanden slechts overdrachtsbelasting verschuldigd over de meerwaarde.

Loonheffing

Verlenging verruimde WBSO
De tijdelijke verruiming van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) die voor 2009 en 2010 is ingevoerd in verband met de economische crisis, wordt gedeeltelijk voortgezet in 2011. De WBSO is een fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor speur-en ontwikkelingswerk (S&O) compenseert door middel van een vermindering van de af te dragen loonheffingen die verband houden met S&O. In 2011 geldt voor de eerste € 220.000 (ook de huidige grens) aan S&O-loonkosten een korting van 46% (nu: 50%) en daarboven 16% (nu: 18%). De maximale afdrachtvermindering per inhoudingsplichtige wordt € 11.000.000 (nu: € 14.000.000). Voor 2012 gaat voor de eerste € 150.000 aan S&O-loonkosten een korting van 45% gelden en daarboven 14%. De maximale afdrachtvermindering per inhoudingsplichtige wordt in dat jaar € 8.500.000. De wijzigingen voor 2012 zijn in beginsel structureel.

Overige maatregelen
De nieuwe werkkostenregeling wordt verruimd voor wat betreft werkkleding met een bedrijfslogo, vakliteratuur en kosten van inschrijving in een beroepsregister.

Dividendbelasting

E-dividendnota
Bij uitkering van dividend moet een dividendnota worden uitgereikt. De regels hiervoor worden versoepeld. In navolging van goedkeurend beleid wordt in de Wet op de dividendbelasting 1965 opgenomen dat de dividendnota ook in elektronische vorm kan worden verstrekt (e-dividendnota). Daarbij kan het gaan om het elektronisch verzenden van een dividendnota of het beschikbaar stellen hiervan via een website. Verder hoeft geen dividendnota te worden uitgereikt in de volgende situaties:

·        De rechthebbende op het dividend heeft een aanmerkelijk belang in de uitkerende vennootschap.

·        Inhouding van dividendbelasting blijft achterwege op grond van een in de Wet op de dividendbelasting 1965 geregelde vrijstelling of op grond van een door Nederland gesloten belastingverdrag.

Btw

Kwartaalaangifte btw
De verruimde keuzemogelijkheid om de btw-aangifte per kwartaal te doen in plaats van per maand, wordt structureel gemaakt. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op voor ondernemers die per saldo btw moeten betalen.

Tijdelijke verlaging btw-tarief arbeidskosten renovatie woningen
Het btw-tarief wordt verlaagd van 19% naar 6% voor de arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen (ook huurwoningen) ouder dan twee jaar na het tijdstip van eerste ingebruikneming. Vooruitlopend op de wetgeving is in een beleidsbesluit goedgekeurd dat het verlaagde btw-tarief op deze diensten al kan worden toegepast met ingang van 1 oktober 2010. De maatregel vervalt per 1 juli 2011.

Inkomstenbelasting

Verlenging maximumtermijn hypotheekrenteaftrek leegstaande woning
De maximale termijn voor het behoud van hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning wordt met een jaar verlengd. Renteaftrek is mogelijk voor de woning die in het kalenderjaar of een van de voorafgaande drie jaren als eigen woning heeft gediend en sindsdien leegstaat en bestemd is voor de verkoop. Ook de termijn voor hypotheekrenteaftrek over de nog leegstaande toekomstige eigen woning en de toekomstige eigen woning die in aanbouw is, wordt met een jaar verlengd. Voor deze categorie woningen kan de rente worden afgetrokken als ze zijn bestemd om in het kalenderjaar of in een van de daaropvolgende drie jaren als eigen woning te gaan dienen. In beide gevallen geldt de verlenging van deze termijnen voor de duur van twee jaar. Per 1 januari 2013 gaat voor beide situaties de huidige termijn weer gelden.

Herleving hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur
Zodra een te koop staande voormalige eigen woning (tijdelijk) wordt verhuurd, verhuizen de woning en de met de woning verband houdende schuld van de eigenwoningregeling in box 1 naar het regime voor belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in box 3. Renteaftrek is dan niet meer mogelijk. Sinds 1 januari 2010 kan de tijdelijk verhuurde woning terugkeren van het box 3-regime naar de eigenwoningregeling in box 1. Voorwaarde is dat de maximumtermijn voor renteaftrek voor deze te koop staande woning nog niet is verlopen (deze termijn wordt met een jaar verlengd, zie hiervoor). Op dat moment herleeft de hypotheekrenteaftrek voor het restant van de periode. Deze tijdelijke regeling, die volgens het Belastingplan 2010 per 1 januari 2012 zou vervallen, wordt verlengd tot 1 januari 2013.

Splitsingsproblematiek lijfrenten
Met ingang van 2001 kon het voorkomen dat wanneer niet alle premies waren afgetrokken, een lijfrentepolis voor de belastingheffing moest worden gesplitst in een box 1- en een box 3-deel. Dit leverde in de praktijk grote uitvoeringsproblemen op. Inmiddels staat vast dat lijfrente-uitkeringen in box 1 worden belast, ook als geen volledige premieaftrek heeft plaatsgevonden. De heffing gaat als volgt: de uitkeringen en afkoopsommen zijn belast voor zover zij het bedrag overschrijden van de niet-aftrekbare premies tot en met 2009 plus de niet-aftrekbare premies voor 2010 en latere jaren, voor zover die niet meer bedragen dan € 2.269 per jaar. Als vanaf 2010 dus meer dan € 2.269 aan niet-aftrekbare lijfrentepremies wordt betaald, zal in de toekomst dubbele heffing optreden.

Aftrek uitgaven monumentenpanden
Onderhoudskosten voor een rijksmonument zijn boven een bepaalde drempel aftrekbaar. Dit gold tot en met 2010 echter niet voor de eigen woning die leegstaat in afwachting van verkoop, de woning die in het kader van een echtscheiding nog twee jaar kwalificeert als eigen woning, de eigen woning die wordt aangehouden tijdens een verblijf in een AWBZ-instelling en de eigen woning die wordt aangehouden gedurende een tijdelijk verblijf elders. Die vier categorieën worden met ingang van 2011 hetzelfde behandeld als andere rijksmonumenten in box 1.

Overige maatregelen
Voor zover het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare rente voor de eigen woning, bestaat recht op een aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Er komen maatregelen om het recht op aftrek in te perken ingeval van DGA-leningen met nihilrente, personeelsleningen en vooruitbetaling of achterafbetaling van rente. Ter stimulering van MKB-beleggingen wordt voorzien in een vrijstelling voor dergelijke beleggingen in box 3. Daarnaast wordt een heffingskorting bij verwerving van een MKB-belegging voorgesteld.

Formeelrechtelijke wijzigingen

Internationale gegevensuitwisseling
Op grond van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (de WIB) wisselt de Nederlandse staat informatie uit met andere landen. Daarvoor moet wel een basis bestaan in het belastingverdrag met dat betreffende land of in de Europese richtlijnen, zoals de Bijstandsrichtlijn en de Spaarrenterichtlijn. De gegevensuitwisseling door Nederland op grond van de WIB kan gebeuren op verzoek of spontaan. In het kader van de bestrijding van belastingfraude wordt in het Belastingplan 2011 voorgesteld om automatische spontane uitwisseling van bepaalde gegevens mogelijk te maken. Deze maatregel zal nog nader worden uitgewerkt in lagere wetgeving, maar uit de toelichting blijkt dat het vooral zal gaan om bankgegevens. Op grond van de nationale wetgeving moeten banken, verzekeringsmaatschappijen en levensverzekeraars dergelijke gegevens nu al doorgeven aan de Belastingdienst. De voorgestelde wetswijziging stelt dit nu echter ook verplicht op grond van de WIB. Daarmee heeft de Nederlandse staat naar onze mening nog niet daadwerkelijk de mogelijkheid gecreëerd om automatisch spontaan gegevens uit te wisselen met het buitenland. In het Belastingplan 2011 zijn namelijk geen wijzigingen voorgesteld voor de artikelen in de WIB die zien op deze spontane uitwisseling. Verder moeten de belastingverdragen daarvoor ook nog de mogelijkheid bieden.

Wijzigingen partnerbegrippen 2011

Met ingang van 2011 geldt een nieuwe definitie voor het algemene fiscale begrip partner. Ongehuwd samenwonenden kunnen in 2010 nog kiezen voor het fiscale partnerschap. Die keuzemogelijkheid komt te vervallen, onder meer in verband met de vooringevulde aangifte. Samenwonenden die staan ingeschreven op hetzelfde adres zullen automatisch elkaars partner zijn, als zij aan een of meer van de volgende vier voorwaarden voldoen: gezamenlijk een kind, een eigen woning, een pensioenregeling en/of een notarieel samenlevingscontract hebben. Als een van beiden in een verpleeg- of verzorgingstehuis wordt opgenomen, kan men met ingang van 2011 toch elkaars fiscale partner blijven. Het partnerbegrip voor de Successiewet stemt niet helemaal overeen met dit basispartnerbegrip. Voor de schenk- en erfbelasting worden namelijk enkele aanvullende eisen gesteld. Ongehuwd samenwonenden moeten bijvoorbeeld allebei meerderjarig zijn om voor de Successiewet als partner te kunnen worden aangemerkt. Ook moeten zij met ingang van 2012 in een notarieel samenlevingscontract een zorgverplichting voor elkaar zijn aangegaan. Deze eis geldt niet voor samenwonenden die al langer dan vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Ouders en kinderen kunnen geen partner zijn voor de Successiewet, tenzij een van beiden een mantelzorgcompliment ontvangt. Voor de Successiewet kan men maar een partner hebben. De regeling dat men toch elkaars fiscale partner kan blijven als een van beiden in een verpleeg- of verzorgingstehuis wordt opgenomen, gold onder de Successiewet overigens al in 2010.

Diverse overige voorstellen Belastingplan

·       Met ingang van 1 maart 2011 wordt de accijns op sigaretten en rooktabak (shag) verhoogd. Inclusief btw leidt dit voor een pakje van 19 sigaretten en een pakje shag van 45 gram tot een prijsverhoging van iets meer dan 26 cent

·       Het aantal vooringevulde posten in de vooringevulde aangifte (VIA) wordt uitgebreid. Toerekening van bepaalde voorheffingen, inkomsten en vermogen zal reeds plaatsvinden in de vooringevulde aangifte.

·       In bepaalde situaties moeten buitenlandse verzekeraars een fiscaal vertegenwoordiger aanstellen om de verschuldigde assurantiebelasting aan te geven en te voldoen. Deze verplichting komt te vervallen, omdat deze waarschijnlijk in strijd is met het EU-recht. Daarnaast wordt een bepaling over de vestigingsplaats van verzekeringnemers die rechtspersonen zijn, afgestemd met het EU-recht.

·       In 2011 blijven de fiscale voordelen voor zeer zuinige auto's (vrijstelling BPM, vrijstelling MRB en 14% bijtelling) ongewijzigd.

·       De afbouw van de BPM en de daaraan gekoppelde verhoging van de MRB die in 2008 zijn gestart, worden voorlopig stilgezet in afwachting van een definitieve beslissing over de kilometerheffing.

·       De aanschaf van dieselpersonenauto's die voldoen aan de Euro-6 norm, wordt gestimuleerd door een korting op de BPM.

·       De MRB voor motoren wordt in 2011, 2012 en 2013 verhoogd.

·       Met ingang van 2012 wordt de MRB voor bussen – evenals voor andere voertuigen – een houderschapsbelasting.

·       Er komt een wettelijke mogelijkheid om op verzoek van de burger een definitief toegekende toeslag te verhogen als deze eigenlijk te laag is, ook al is de bezwaartermijn eenmaal verstreken.