Nieuw belastingverdrag tussen Hongkong en Nederland 

 

16-1-2012 

Per 1 januari 2012 is het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Hongkong, dat in maart 2010 werd ondertekend, in werking getreden. Wat Nederland betreft, geldt het verdrag voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2012 en voor Hongkong voor boekjaren vanaf 1 april 2012. Dit is het eerste algemene belastingverdrag tussen Hongkong en Nederland: het bestaande belastingverdrag tussen China en Nederland is niet van toepassing in relatie tot Hongkong. Na de overdracht in 1997 is Hongkong weliswaar een staatkundig onderdeel geworden van China, maar het is zelfstandig bevoegd om belasting te heffen en belastingverdragen af te sluiten.

Het belastingverdrag staat in het teken van een verdere stimulering van de economische betrekkingen, de wederzijdse investeringen tussen beide verdragspartners en het voorkomen van dubbele belasting. Tevens is het verdrag gericht op het voorkomen van het ontgaan van belasting, met als gevolg een aantal gerichte antimisbruikbepalingen die een waarborg vormen tegen oneigenlijk gebruik van het verdrag in de vorm van ongewenste doorstroomsituaties en situaties van dubbele vrijstelling.

Afwijkingen op het verdragsbeleid
Het verdrag volgt in grote lijnen het gebruikelijke patroon en de bewoordingen van de onlangs door Nederland afgesloten verdragen en ook is vastgelegd dat bij de interpretatie van het verdrag het OESO-Commentaar een belangrijke richtlijn is. Op enkele belangrijke onderdelen is echter afgeweken van het Nederlandse verdragsbeleid. In het bijzonder gaat het hierbij om:

·         het aanmerken van dienstverleningsactiviteiten als vaste inrichting wanneer deze binnen een bestek van 12 maanden een totaal van meer dan 183 dagen bestrijken;

·         een beperkte bronheffing van maximaal 3% ter zake van royalty’s;

·         een bepaling voor zogenoemde onroerendezaaklichamen, zodat de vervreemdingswinst op aandelen daarin kan worden belast in de staat waarin het vastgoed zich bevindt;

·         een bepaling waarmee Nederland zijn heffingsrechten voorbehoudt bij aanmerkelijkbelanghouders die inwoner zijn van Hongkong, niet alleen voor de inkomstenbelasting maar ook voor de vennootschapsbelasting;

·         een specifieke antimisbruikbepaling voor dividenden.

Vestigingsplaats lichamen
Wat Nederland betreft, is iedere persoon die op grond van de Nederlandse wetgeving in Nederland aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid, in Nederland gevestigd.

Voor Hongkong is in verband met de nationale wetgeving van dit land een speciale regeling opgenomen in het verdrag. Lichamen die zijn opgericht in Hongkong of die – wanneer zij buiten Hongkong zijn opgericht – gewoonlijk worden geleid of beheerd in Hongkong, worden aangemerkt als inwoner van Hongkong.

Mocht een lichaam op grond van deze regels inwoner zijn van beide jurisdicties, dan zullen de bevoegde autoriteiten met elkaar in overleg treden om de woonplaats te bepalen.

Dividenden
Dividenden betaald aan een inwoner van de andere verdragsstaat die uiteindelijk gerechtigd is tot die dividenden, mogen door het bronland tot een maximum van 10% van het brutobedrag van de dividenden in de belastingheffing worden betrokken. De belasting wordt echter teruggebracht naar 0% bij:

·         een vennootschap die direct ten minste 10% van de aandelen in de dividendbetalende vennootschap heeft, en:

o    waarbij de aandelen van de ontvangende vennootschap regelmatig worden verhandeld aan een erkende beurs;

o    waarbij ten minste 50% van de aandelen van de dividendontvangende vennootschap in bezit is van een vennootschap waarvan de aandelen worden verhandeld aan een erkende beurs die is gevestigd in Nederland of Hongkong of in een EU-lidstaat indien de vennootschap zou zijn gerechtigd tot dezelfde of gunstigere voordelen volgens een verdrag of multilaterale regeling tussen het land van vestiging van die vennootschap en de jurisdictie waarvan de voordelen worden geclaimd (het bronland). Hieronder vallen in ieder geval de aandelenbeurzen van Hongkong en van de EU-lidstaten. Andere beurzen kunnen bij onderlinge overeenstemming worden erkend;

o    een bank of verzekeringsmaatschappij is, die is gevestigd en gereguleerd in Hongkong of Nederland;

o    een hoofdkantoor van een multinationale groep is, dat in ten minste vijf landen een onderneming drijft en in elk van die landen ten minste 10% van het bruto-inkomen van de groep genereert en waarbij de groep een belangrijk deel van de algehele supervisie over de groep heeft en de administratie van de groep verricht. De activiteiten mogen maximaal 50% van het bruto-inkomen genereren in de jurisdictie waar het lichaam is gevestigd dat de dividenden uitkeert; of

o    een vennootschap is, die niet is gerechtigd tot vrijstelling van bronbelasting op dividenden op basis van de voorgaande bepalingen, maar waarbijde bevoegde autoriteit bevestigt dat niet een van de belangrijkste overwegingen voor het (voort)bestaan van het lichaam is deel te hebben aan de vrijstelling van bronbelasting op dividenden;

·         pensioenfondsen, de verdragsluitende staten zelf en/of bepaalde publiekrechtelijke lichamen.

Interest en royalty’s
Het verdrag voorziet in 0% belasting op interestbetalingen en in een maximum van 3% op royaltybetalingen. Overigens willen wij opmerken dat Nederland geen bronbelasting op royalty’s kent.

Vermogenswinsten op aandelen
Bij vervreemding van aandelen is de heffing over de vermogenswinst doorgaans toegewezen aan het land waar de aandeelhouder is gevestigd. Er zijn echter ook uitzonderingen, zoals – onder bepaalde voorwaarden – voor aandelen in lichamen waarvan de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken.

Ten slotte
Het verdrag biedt gunstige voorwaarden, die het aantrekkelijk maken om vanuit Hongkong investeringen in en via Nederland te doen. In dat kader is vooral de vrijstelling – onder voorwaarden – van Nederlandse belasting op dividenden betaald aan een aandeelhouder in Hongkong een grote vooruitgang. Wel zal onder omstandigheden moeten worden overlegd met de bevoegde Nederlandse autoriteit om de 0% te bevestigen.