Nieuwe amendementen over de 30%-regeling: samenvatting stand van zaken 

 

17-11-2011 

Op 17 november 2011 heeft de Tweede Kamer bij de stemming over het Belastingplan 2012 ook gestemd over de wijzigingen in de 30%-regeling en over diverse amendementen in verband met de 30%-regeling. Eerder heeft staatssecretaris Weekers van Financiën suggesties gedaan voor de salariseis, zowel voor wetenschappers en jonge 'masters' als in het algemeen. De ingediende amendementen hebben betrekking op het realiseren van de benodigde dekking voor de aanpassingen in de salariseisen. Hierna geven wij een overzicht van de laatste stand van zaken, beginnend met de meest recente voorstellen. Op 8 en 21 september 2011 en op 7 november 2011 hebben wij al eerder aandacht besteed aan de wijzigingen in de 30%-regeling.

De meest recente voorstellen betreffen een algemene verlaging van de oorspronkelijk voorgestelde salarisnorm tot € 35.000, een specifieke verlaging voor jonge masters tot € 26.605 en een vrijstelling van de salarisnorm voor wetenschappers. Om hiervoor de benodigde dekking te realiseren, is voorgesteld de looptijd te verkorten tot acht jaar (nu tien jaar). Ook is voorzien in overgangsrecht om bestaande beschikkingen grotendeels te respecteren.

1.         Salarisnorm verlaagd naar € 35.000
Voor het aantonen van specifieke deskundigheid zal alleen een toetsing van het salaris plaatsvinden. Het in Nederland (herleid) belastbaar jaarloon, na verlaging in verband met de 30%-regeling, moet ten minste € 35.000 bedragen. Dit betekent een brutosalaris van € 50.000 inclusief 30%-vergoeding. Voor masters tot 30 jaar die vanuit het buitenland worden geworven zal een verlaagde salarisnorm gelden van € 26.605 (€ 38.008 inclusief 30%-vergoeding). Voor wetenschappers zal een algehele vrijstelling van de salarisnorm van toepassing zijn. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. 

2.         Looptijd maximaal acht jaar
De hierboven genoemde voorstellen voor de salarisnorm leiden tot hogere kosten. Om daaraan tegemoet te komen, zijn diverse voorstellen gedaan, zoals het verlagen van het percentage van de vrije vergoeding of de maximering hiervan. Het budget zal worden gerealiseerd door de looptijd voor nieuwe tewerkstellingen na 1 januari 2012 te maximeren tot acht jaar. Beschikkingen afgegeven voor tewerkstellingen die zijn aangevangen voor 1 januari 2012 zullen hier niet door worden geraakt. 

3.         Schaarstecriterium
In aanvulling op het criterium van specifieke deskundigheid geldt ook het criterium van schaarste. De specifieke deskundigheid moet niet of nauwelijks aanwezig zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. De staatssecretaris heeft aangegeven dat een toetsing op schaarste alleen zal plaatsvinden in speciale gevallen. Een van de beroepsgroepen waarbij de schaarste aanvullend zal worden getoetst is die van profvoetballers. Daarover zijn afspraken gemaakt met de KNVB. 

4.         Grensarbeiders
Werknemers die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen, worden geacht minder extraterritoriale kosten te maken. Het gaat hierbij om de hemelsbrede afstand tussen de woonplaats en de dichtstbijzijnde grens met Nederland. Ook is voorzien in het tijdelijk buiten de 150-kilometergrens verhuizen voor de 30%-regeling. Een werknemer moet gedurende tweederde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de Nederlandse tewerkstelling woonachtig zijn buiten deze 150-kilometerzone.
Bij de toets of een werknemer 'van buiten Nederland in dienstbetrekking wordt genomen' wordt voor een promovendus de periode van promoveren buiten beschouwing gelaten. Zolang de promovendus voor aanvang van zijn promoveren buiten de 150-kilometergrens woonde, kan hij toch voor de 30%-regeling in aanmerking komen bij een aansluitende tewerkstelling in Nederland. 

5.         Kortingsregeling
De referentieperiode voor de kortingsregeling in verband met eerder verblijf in Nederland is opgerekt naar 25 jaar. Hierbij wordt elke aaneengesloten periode van verblijf in Nederland afzonderlijk naar boven afgerond op hele maanden. Dit betekent dat een verblijf van twee weken in maart en twee weken in augustus een korting van twee maanden oplevert.
De kortingsregeling is ook van toepassing op de periode dat de werknemer voor een Nederlandse inhoudingsplichtige heeft gewerkt, maar niet, of beperkt, ook fysiek in Nederland aanwezig was. Dit is in het bijzonder van belang voor bestuurders van Nederlandse vennootschappen, die niet of nauwelijks werkzaam zijn in Nederland.
Alleen nieuwe tewerkstellingen na 1 januari 2012 worden getoetst aan de nieuwe kortingsregeling.  

6.         Toetsing aan de voorwaarden
Op dit moment geldt de 30%-regeling ten minste voor een periode van vijf jaar als bij aanvang van de tewerkstelling wordt voldaan aan de voorwaarden. Vanaf 1 januari 2012 geldt dat gedurende de gehele looptijd moet worden voldaan aan de voorwaarden. Dit betekent dat de 30%-regeling direct vervalt op het moment dat niet meer wordt voldaan aan de salarisnorm. De op dit moment bestaande tussentijdse toetsing met ingang van het zesde jaar vervalt dus en wordt omgezet in een continue toetsing. Overgangsrecht is hier van toepassing, zie ook punt 9 hierna.

7.         Wisseling van werkgever
Wanneer de werknemer tijdens de looptijd van de 30%-regeling wisselt van werkgever, kan de 30%-regeling bij de nieuwe werkgever worden voortgezet. In de huidige regeling is hiervoor de voorwaarde opgenomen dat de nieuwe tewerkstelling moet aanvangen binnen drie maanden na het einde van de vorige tewerkstelling. In het conceptuitvoeringsbesluit is nu bepaald dat de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met de nieuwe inhoudingsplichtige doorslaggevend is. Dit betekent dat de werknemer die binnen drie maanden na het einde van de tewerkstelling een nieuw contract tekent maar pas na vier maanden begint met zijn nieuwe tewerkstelling, toch in aanmerking komt voor de voortzetting van de 30%-regeling.

8.         Einde looptijd
Zoals onder punt 2 genoemd, zal de looptijd worden beperkt tot acht jaar. De 30%-regeling zal in ieder geval eindigen op de laatste dag van de tewerkstelling in Nederland. De staatssecretaris beoogt hiermee dat de 30%-regeling niet meer kan worden toegepast op nagekomen betalingen die bij het einde van de Nederlandse tewerkstelling nog niet definitief waren. Op basis van jurisprudentie zou kunnen worden beargumenteerd dat op een beloning gerelateerd aan de periode van tewerkstelling in Nederland waarop de 30%-regeling van toepassing was, die regeling nog steeds van toepassing kan zijn op het belastbare moment. In dit verband is het afwachten wat de Hoge Raad zal oordelen in deze procedure.

9.         Overgangsrecht
Om een onredelijke uitwerking op bestaande situaties zo veel mogelijk te beperken, is ook overgangsrecht voorgesteld. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, zullen de kortingsregeling en de beperking van de looptijd tot acht jaar alleen voor nieuwe tewerkstellingen na 1 januari 2012 worden toegepast. Op tewerkstellingen die meer dan vijf jaar voor 1 januari 2012 zijn aangevangen (dat wil zeggen: voor 1 januari 2007), blijven de huidige voorwaarden van toepassing. Voor tewerkstellingen die na 1 januari 2007 zijn aangevangen, gelden de huidige voorwaarden gedurende de eerste vijf jaar. Hiervoor geldt dat met ingang van het zesde jaar aan de salarisnorm moet worden voldaan (continue toetsing). Tevens geldt dat de werknemers ten tijde van de aanvang van de tewerkstelling moeten voldoen aan het 150-kilometercriterium. Zodra blijkt dat hieraan niet wordt voldaan, vervalt de 30%-regeling.

De ontwikkelingen betreffende de 30%-regeling volgen elkaar in rap tempo op. De regeling is een belangrijke tegemoetkoming voor uit het buitenland geworven personeel en draagt in hoge mate bij aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland. Bovenstaande samenvatting blijft een momentopname, maar wij verwachten hier geen significante wijzigingen meer. De belangrijkste doelstellingen lijken hiermee te zijn bereikt en aan de grootste bezwaren is tegemoetgekomen. Toch is de nieuwe regeling een versobering van het huidige beleid. Als reeds geplande tewerkstellingen in Nederland kunnen aanvangen voor 1 januari 2012, kan een beroep worden gedaan op overgangsrecht en een aanzienlijke besparing worden gerealiseerd, in ieder geval voor de eerste vijf jaar.