Op 7 april 2010 heeft de door het kabinet ingestelde Studiecommissie Belastingstelsel haar rapport aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin staan met de uitkomsten van een voorstudie naar verschillende scenario's voor een mogelijke (budgetneutrale) herziening van het Nederlandse belastingstelsel.. Wij benadrukken dat het nieuw te vormen kabinet en de Tweede Kamer in nieuwe samenstelling uiteindelijk bepalen welke conclusies en aanbevelingen van de commissie zullen leiden tot concrete maatregelen.
Geen grote stelselwijzigingen
Mogelijke grote stelselwijzigingen als een vlaktaks, een loonsomheffing of een ondernemingswinstbelasting acht de commissie niet nodig. Het huidige stelsel van inkomstenbelasting met meerdere tarieven is efficiënter en flexibeler dan een vlaktaks, hoewel de commissie een vlakkere tariefstructuur wel voor de hand vindt liggen. Een pure loonsomheffing leidt juist tot meer administratieve lasten. Voor een rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting zal een complex stelsel nodig zijn, omdat deze afwijkt van de juridische realiteit.
Verbreding en verlaging
De commissie is van mening dat de trend van grondslagverbreding en gelijktijdige tariefverlaging moet worden voortgezet en hanteert daarbij het principe 'afschaffen, tenzij'. Zij stelt in ieder geval voor om grondslagversmallers zoals de giftenaftrek, de levensloopregeling, de spaarloonregeling en het extra heffingsvrij vermogen voor kinderen en ouderen in box 3 te beëindigen. Een verhoging van het toptarief heeft volgens de commissie vooral symbolische waarde en wordt daarom afgewezen.
Eigen woning
Voor de eigen woning komt de commissie tot de conclusie dat deze inclusief de eigenwoningschuld op de lange termijn in aanmerking moet worden genomen in box 3, met inachtneming van een vrijstelling voor een deel van de waarde van de woning. Om dit einddoel te bereiken, zou volgens de commissie alvast moeten worden begonnen met verhoging van het eigenwoningforfait in box 1 en beperking van de hypotheekrenteaftrek. De commissie stelt voor om de overdrachtsbelasting in stappen te vervangen door een bezitsbelasting of door verhoging van het eigenwoningforfait.
Vennootschapsbelasting
Met betrekking tot de renteproblematiek in de vennootschapsbelasting komt de commissie tot de volgende bevindingen:
· In plaats van defiscalisering van rente geeft de commissie de voorkeur aan de invoering van een vermogensaftrek, geïnspireerd op de Belgische notionele interestaftrek. Hierdoor wordt een meer gelijke behandeling bereikt van eigen en vreemd vermogen. Tevens beoogt de maatregel een fiscale prikkel ten gunste van financiering met eigen vermogen. In haar rapport gaat de commissie uit van een forfaitaire aftrek ter grootte van bijvoorbeeld 4% van het fiscaal eigen vermogen. Hierop moet wel de fiscale waarde van eventuele deelnemingen, zowel binnenlandse als buitenlandse, in mindering worden gebracht.
· Als het saldo van het eigen vermogen minus de fiscale waarde van de deelnemingen negatief is, slaat de vermogensaftrek om in een bijtelling. Dit deel van de maatregel komt – als sprake is van deelnemingen – effectief neer op het terugdraaien van de renteaftrek die wordt geacht te zien op de financiering van die deelnemingen, zij het tegen een forfaitair percentage.
· Bij een vermogensaftrek/bijtelling kunnen volgens de commissie de bestaande renteaftrekbeperkingen komen te vervallen.
Btw
Voor de btw komt de commissie tot de volgende conclusies:
· Een hoger aandeel van de btw in de belastingmix zal de soliditeit van het belastingstelsel doen toenemen. Het kan leiden tot een verbetering van de efficiëntie daarvan. De opbrengst kan worden gebruikt om de directe belastingen te verlagen en andere voorstellen van de commissie te financieren.
· Een uniform btw-tarief van 19% zal bijdragen aan deze doelstellingen. Dit zou betekenen dat het lage btw-tarief verdwijnt. Eventuele niet gewenste inkomenseffecten kunnen worden gerepareerd via de inkomstenbelasting.
· In de Europese Unie moet worden nagedacht over opschoning van de btw-vrijstellingen.
· De kleine ondernemersregeling lijkt te kunnen worden verbeterd en te worden aangepast om administratieve lasten weg te nemen. Dit moet verder worden bestudeerd.
Milieu
De milieuvriendelijkheid van het huidige belastingstelsel is een van de kernthema's van het rapport. Belastingen zijn in beginsel een efficiënt instrument om milieubeleid vorm te geven. Het is mogelijk gebleken met belastingen externe kosten van voor het milieu schadelijk gedrag te laten doorwerken in de marktprijzen. De commissie vindt daarom dat dit instrument terecht veelvuldig is ingezet. Een verdergaande inzet ervan zal echter moeten worden bekeken in samenhang met andere instrumenten. De commissie heeft geconstateerd dat het verder verhogen van de milieubelastingen slechts tot een beperkte extra afname zal leiden van de nationale CO2-uitstoot.
Ondernemers/dga's
De commissie stelt voor het stelsel van winstbelasting aan te passen, waarbij zowel de ondernemer in de inkomstenbelasting als de directeur-grootaandeelhouder (via zijn vennootschap, zie hiervoor) een vermogensaftrek krijgt van 4% van het fiscaal (ondernemings)vermogen. Hiermee wordt gericht rekening gehouden met de kapitaalcomponent van het winstinkomen. Bovendien wordt de fiscale prikkel meer gelegd op groei. In ruil daarvoor zou geleidelijk de zelfstandigenaftrek uit de inkomstenbelasting moeten verdwijnen. De mkb-winstvrijstelling blijft echter behouden.
Vergoedingen en verstrekkingen
De commissie juicht de vereenvoudiging door de werkkostenregeling toe en bepleit om op termijn meer vergoedingen en verstrekkingen uit de gerichte vrijstellingen onder het forfait te brengen. Zij stelt dan ook voor om (onderdelen van) de gerichte vrijstellingen te evalueren.
Verpakkingenbelasting
De commissie stelt voor de verpakkingenbelasting ofwel af te schaffen ofwel flink te verhogen, bijvoorbeeld door verviervoudiging van het tarief. Dit omdat de opbrengst op dit moment relatief beperkt is en vanwege de lage prijsprikkel ook de milieueffecten niet al te groot zijn.
AOW
In het kader van het toenemen van de soliditeit van het belastingstelsel beveelt de commissie onder meer aan het reeds ingezette traject van fiscalisering van de AOW te versnellen (het vervangen van de AOW-premie door belastingheffing met bijvoorbeeld 1 procentpunt per jaar).