Het Belastingplan 2012 en de Overige fiscale maatregelen 2012, twee van de wetsvoorstellen die op 16 september 2011 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden, bevatten ook een aantal formeelrechtelijke voorstellen. Een daarvan is een nieuwe regeling voor de berekening en vergoeding van rente door de Belastingdienst.
Belastingrente
De huidige regeling van de heffingsrente gaat vooral grondig veranderen voor de inkomsten- en de vennootschapsbelasting. Allereerst zal niet meer worden gesproken van 'heffingsrente', maar van 'belastingrente'. De nieuwe regeling voor de inkomsten- en de vennootschapsbelasting is vervat in een aantal zeer gedetailleerde bepalingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de AWR). In het kort komt de regeling erop neer dat belastingplichtigen die kort na afloop van het belastingjaar hun aangifte indienen of die er door middel van verzoeken om voorlopige aanslagen voor hebben gezorgd dat zij de verschuldigde belasting hebben betaald, zo min mogelijk te maken zullen krijgen met belastingrente.
Verschuldigde belastingrente
De hoofdregel luidt dat belastingrente zal zijn verschuldigd wanneer na verloop van zes maanden na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (hierna: het belastingjaar) een (voorlopige) aanslag wordt opgelegd naar een te betalen bedrag. De rente zal worden berekend over het te betalen bedrag aan belasting. Het rentetijdvak begint na afloop van zes maanden na het einde van het belastingjaar (uitgaande van een kalenderjaar, dus na 1 juli van het volgende jaar) en eindigt op de dag voor de dag waarop de (voorlopige) aanslag invorderbaar is; dat is zes weken na dagtekening van de aanslag. Er is geen rente verschuldigd als de voorlopige aanslag is vastgesteld conform een verzoek om een voorlopige aanslag dat is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde maand na afloop van het belastingjaar (wederom uitgaande van een kalenderjaar voor 1 mei van het volgende jaar), of conform een aangifte die is ontvangen voor de eerste dag van de vierde maand na afloop van het belastingjaar (voor 1 april van het volgende jaar).
Indien na afloop van de periode van zes maanden na het belastingjaar een voorlopige aanslag wordt vastgesteld of wordt herzien conform een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag of een verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag, dan zal belastingrente worden berekend over het te betalen bedrag vanaf de periode van zes maanden tot veertien weken na ontvangst van dat verzoek. Wordt de definitieve aanslag vastgesteld conform de ingediende aangifte, dan zal indien daarop nog een te betalen bedrag resteert, de periode waarover belastingrente wordt berekend, worden beperkt tot negentien weken na het indienen van de aangifte.
Het rentetijdvak loopt in dat geval vanaf zes maanden na afloop van het belastingjaar tot negentien weken na ontvangst van de aangifte door de Belastingdienst.
Wanneer een navorderingsaanslag wordt opgelegd, zal in principe rente zijn verschuldigd over het te betalen bedrag over de periode vanaf de zesmaandsperiode tot de dag voorafgaand aan de dag waarop de navorderingsaanslag invorderbaar is; dat is een maand na dagtekening van de aanslag. De berekening van rente wordt beperkt als een belastingplichtige een verzoek tot het opleggen van een navorderingsaanslag heeft gedaan en de aanslag conform dat verzoek wordt opgelegd. Het rentetijdvak eindigt in dat geval twaalf weken na ontvangst van dat verzoek.
Vergoeding van belastingrente
Voor de vergoeding van belastingrente over een terug te ontvangen bedrag aan belasting geldt dat in principe slechts recht zal bestaan op een vergoeding van rente indien de belastingplichtige een verzoek om een voorlopige aanslag heeft gedaan, of als hij een aangifte heeft ingediend en de (voorlopige) aanslag wordt opgelegd conform dat verzoek of die aangifte. Om voor vergoeding van rente in aanmerking te komen, moet een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag of tot de herziening van een voorlopige aanslag worden ingediend op de wijze die de inspecteur voorschrijft. Dit betekent dat de voorgeschreven formulieren moeten worden gebruikt.
De te vergoeden rente gaat echter pas lopen na afloop van de zesmaandsperiode en na verloop van acht weken na het verzoek om een voorlopige aanslag, of dertien weken na het indienen van de aangifte.
Indien geen voorlopige aanslag is opgelegd en de aanslag wordt conform de aangifte opgelegd, dan begint het rentetijdvak drie maanden na ontvangst van de aangifte. Het tijdvak kan niet eerder beginnen dan de periode van zes maanden na afloop van het belastingjaar. Het tijdvak eindigt zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet.
Onder de huidige regeling krijgt een belastingplichtige rente vergoed als een aanslag na bezwaar of beroep wordt verminderd. Dat gaat veranderen. Onder de nieuwe regels zal geen belastingrente worden vergoed over de vermindering van een aanslag na gemaakt bezwaar of na afloop van een procedure.
Erfbelasting
Voor de erfbelasting zal de belastingrente worden berekend over het te betalen bedrag aan erfbelasting op de aanslag. Het rentetijdvak loopt vanaf acht maanden na het overlijden van de erflater tot de dag waarop de aanslag invorderbaar wordt (zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet). Ook voor de erfbelasting geldt dat de renteperiode kan worden beperkt door een verzoek tot het opleggen van een (voorlopige) aanslag of door het indienen van een aangifte.
Wanneer de aanslag conform een aangifte of verzoek wordt opgelegd, dan zal de renteperiode negentien weken na het indienen van de aangifte eindigen, of veertien weken na ontvangst van het verzoek. Er wordt geen rente vergoed bij de erfbelasting.
Loonheffing, omzetbelasting, overdrachtsbelasting, BPM, accijns en milieuheffingen
Voor de in de kop genoemde aangiftebelastingen verandert weinig ten opzichte van de huidige regeling voor heffingsrente. Belastingrente zal worden berekend over het te betalen bedrag op een naheffingsaanslag die voor deze aangiftebelastingen na afloop van het kalender- of boekjaar wordt vastgesteld. De rente wordt berekend vanaf de dag na het kalender- of boekjaar tot twee weken na dagtekening van de naheffingsaanslag. Er wordt geen rente berekend indien de naheffingsaanslag het gevolg is van een vrijwillige verbetering van de aangifte die binnen drie maanden na afloop van het kalender- of boekjaar is gedaan. Wanneer te laat wordt betaald maar nog voordat een naheffingsaanslag is opgelegd, dan zal eveneens rente worden berekend. De rente wordt berekend over het te laat betaalde bedrag vanaf de dag na het kalender- of boekjaar tot de dag van betaling.
Bij deze aangiftebelastingen wordt belastingrente vergoed wanneer een teruggaafbeschikking niet wordt vastgesteld binnen acht weken na een verzoek om teruggaaf. De rente wordt vergoed over een periode vanaf deze acht weken tot veertien dagen na dagtekening van de beschikking. Het begin van de periode ligt altijd na afloop van drie maanden na het kalender- of boekjaar.
Invorderingsrente
De regels voor de rente die de Ontvanger berekent en betaalt, de invorderingsrente, veranderen eveneens. Bij het berekenen van invorderingsrente verandert weinig, maar voornamelijk het uitbetalen van rente wordt drastisch beperkt. Na invoering van de nieuwe regels zal de Ontvanger alleen nog rente vergoeden als hij niet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag uitbetaalt of verrekent.
Als tegen een aanslag bezwaar of beroep wordt ingesteld en de belastingplichtige vraagt geen uitstel van betaling maar betaalt de aanslag, dan krijgt hij bij winst van de procedure geen invorderingsrente vergoed over het door de Ontvanger te restitueren bedrag. Wanneer echter uitstel van betaling is gevraagd en gekregen, zal wel invorderingsrente worden berekend wanneer de belastingplichtige uiteindelijk geen gelijk krijgt en hij de aanslag moet betalen.
Als een aanslag wordt verminderd, dan zal de Ontvanger alleen nog invorderingsrente vergoeden indien eerder een verzoek om uitstel van betaling is afgewezen.
Percentage
Voor zowel de belastingrente als de invorderingsrente gaat de wettelijke rente gelden. Deze is hoger dan het percentage van de heffingsrente en invorderingsrente dat per kwartaal wordt vastgesteld. De wettelijke rente bedraagt thans 4%, terwijl de heffings- en invorderingsrente nu 3% bedragen.
Overgangsrecht ingangsdatum
Deze regels gaan in per 1 januari 2013 en zullen gelden voor belastingtijdvakken die na 1 januari 2012 zijn begonnen. Voor de erfbelasting gaan de nieuwe regels gelden voor belastingschulden die zijn ontstaan na 1 januari 2013. Het rentepercentage van de wettelijke rente zal gelden voor rentetijdvakken na 1 januari 2013. Bij de invorderingsrente zal dit percentage ook gelden voor aanslagen die nog onder de oude regels voor heffingsrente vallen.
Conclusie
Onder de nieuwe regels kunnen belastingplichtigen de berekening van rente zelf beter in de hand houden door tijdig te verzoeken een voorlopige aanslag op te leggen, of door binnen drie maanden na afloop van het belastingjaar aangifte te doen. Het vergoeden van rente door de Belastingdienst zal na invoering van de nieuwe regels aanmerkelijk verminderen. Rente zal alleen worden vergoed wanneer de aanslag conform de aangifte of een verzoek om voorlopige aanslag wordt opgelegd, en de Belastingdienst te lang doet over de verwerking van een aangifte of een verzoek om voorlopige aanslag, of wanneer de Ontvanger langer dan zes weken doet over de uitbetaling van een bedrag aan belasting. Wanneer een belastingplichtige procedeert, zal geen rente meer worden vergoed wanneer de procedure wordt gewonnen en een bedrag aan belasting wordt terugbetaald.